Ons laatste nieuws en cases
gray_twitter gray_twitter

Ontvang onze nieuwsbrief

 

Geplaatst op: 30/09/14

Jarenlang is de voetganger het ondergeschoven kindje geweest als het gaat om de inrichting van de openbare ruimte. In veel ruimtelijke beleidsplannen kregen auto’s en fietsers traditioneel voorrang op de voetganger, met alle gevolgen van dien. Een goed voorbeeld hiervan zagen we eind juli van dit jaar op de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Toen de stoep versmald werd om vrachtwagens en touringcars de ruimte te geven, kwamen voetgangers letterlijk en figuurlijk in de knel. Op een smal strookje stoep van 30 centimeter moesten zij de Amsterdamse fietsers zien te ontwijken. Deze gevaarlijke situatie kwam de aantrekkelijkheid van de binnenstad natuurlijk niet ten goede, maar gelukkig blijkt dit besef nu ook bij de gemeentes te landen.

De laatste jaren lijkt er namelijk verandering te komen in de positie van voetgangers binnen ruimtelijk beleid. Binnensteden sturen steeds vaker aan op de belangen van de voetgangers door bijvoorbeeld auto’s te mijden in binnensteden of stoepen te verbreden. Deze kentering in visie komt voort uit onderzoek dat uitwijst dat het verblijfsklimaat van een binnenstad aantrekkelijker wordt gezien wanneer de voetganger de ruimte heeft. Daarmee beginnen gemeenten ook het economisch belang van de voetganger in te zien. Zo blijkt uit de cijfers van CityTraffic dat voetgangers gemiddeld steeds langer in de winkelgebieden verblijven dan voorheen en daardoor langer de tijd nemen om te shoppen. Daarnaast blijken zij meer geld uit te geven en zorgen voetgangers op straat voor een levendige en veilige sfeer. Genoeg redenen voor beleidsmakers en ondernemers om voetgangersbeleid niet langer als sluitpost te behandelen in de ruimtelijke ordening. Dit kan immers de economische vitaliteit van winkelstraten en steden stimuleren. Voor een goede aanpak is een gedegen kennis van voetgangersstromen een vereiste.

Ook onderzoeksbureau CityTraffic merkt dat de positie van de voetganger de laatste jaren steeds serieuzer wordt genomen. Steeds meer gemeenten maken gebruik van volautomatische passantentellingen als één van de pijlers om beleid op te baseren. Zo kunnen de beslissingen op basis van cijfers genomen worden om zo ook de rol van de voetganger een waardige plek te kunnen geven. Er is al veel bekend over het aantal auto’s en fietsen in steden, maar passantenaantallen werden voorheen vaak ruwweg ingeschat. Vandaag de dag is dit niet langer voldoende. Zo onderzoekt CityTraffic sinds 2010 niet alleen de bezoekersaantallen in binnensteden, maar wordt ook continu data verzameld over zaken als de verblijfstijd, de passantenstromen en bezoekfrequentie. Door al deze gegevens te combineren kunnen gemeentes hun ruimtelijk beleid optimaliseren en de publieke ruimte zo inrichten dat de voetgangers niet langer in de verdrukking raken. Dit zal de aantrekkelijkheid en daarmee de economische positie van binnensteden zeker ten goede komen.