Loopstromen in SmartTrace

gratis_btn

Naast het tellen van passanten kunnen wij loopstromen in een bepaald gebied inzichtelijk maken door meerdere meetpunten uit ons netwerk aan elkaar te koppelen. Met onze speciale loopstroomsoftware SmartTrace is deze kennis nu ook voor u beschikbaar.

Koop dit product

 

Metingen in dit product

Bezoekfrequentie

Een goede graadmeter voor de aantrekkingskracht van het winkelgebied. Hoe vaker men terugkomt, hoe lokaler men is, hoe beter het is. Winkelgebieden met lokale klanten houden hun klanten vast en zijn toekomstbestendig.

 

Loopstromen

Met een loopstromenonderzoek kunnen wij mobiliteitsstromen nauwkeurig inzichtelijk maken.

 

Verblijfstijd

Door de verblijfstijden bij te houden meten wij indirecte tevredenheid van de bezoekers.

 

Unieke bezoekersaantallen

Met unieke bezoekersaantallen weet u exact de grootte van de doelgroep op een locatie.

In een standaard passantentelling worden bezoekers meermaals meegeteld, bijvoorbeeld omdat men terugkomt. Onze apparatuur is in staat deze dubbeltellingen uit de resultaten te filteren en zo tot unieke bezoekersaantallen te komen.

Onze producten met deze meting:

 

 

Cases bij dit product

Geplaatst op: 27/10/15

Van 18 tot en met 20 november vindt in Cannes de 21e Mapic plaats, de internationale winkelvastgoed beurs met meer dan 8.400 internationale deelnemers, waarvan 2.400 retailers en 2.300 projectontwikkelaars. 3 dagen exhibities, conferenties en netwerk evenementen gericht op alle vormen van winkelvastgoed: binnensteden, winkelcentra, outletcentra en leisure gebieden. PFM Footfall Intelligence zal samen met haar partners CityTraffic en Retail Management Center aanwezig zijn op stand P-1.F20.

Geplaatst op: 27/05/14

Recente cijfers tonen aan dat de bezoekersaantallen tijdens de koopavonden drastisch zijn gedaald. In het onderstaande persdocument vindt u de belangrijkste bevindingen van ons onderzoek naar het drukteverloop van de koopavond in de periode 2011-2013. Hierin wordt een overzicht gegeven van het landelijk verloop van de donderdagkoopavonden, de vrijdagkoopavonden en het verloop van de koopavond in 12 grote steden in Nederland.

Het persdocument kunt u hier downloaden

Geplaatst op: 27/05/14

Na het werk nog even snel die nieuwe broek kopen tijdens koopavond? Schouder aan schouder door het winkelcentrum omdat je anders nooit eens met nieuwe oorbellen voor je vriendin aan komt zetten? Het lijkt allemaal niet meer zo nodig te hoeven van de consument. Steeds vaker kiest hij ervoor om op andere dagen en in het bijzonder op de zondag naar de winkelstraten af te reizen. De daling in de bezoekersaantallen van de koopavond liegen er niet om: ons winkelgedrag is veranderd.

We maken steeds minder gebruik van de koopavond, maar wanneer winkelen we dan wel? Gaat de drukte naar andere dagen of winkelen we in de avond liever op het internet? Door de drukte in de winkelgebieden uit te splitsen naar de verschillende weekdagen kan CityTraffic een aantal opvallende trends in ons winkelgedrag in kaart brengen.

Zo zien we hier dat de traditioneel rustigere winkeldagen in opkomst zijn, ten koste van de gebruikelijke drukste dagen van de week. Het is duidelijk dat de koopavond op donderdag door de jaren heen flink aan populariteit heeft ingeboet. Maar ook de vrijdagavond heeft te maken met dalende bezoekersaantallen. Vanwege het horecabezoek in de binnensteden is hier de impact op de retailers wat lastiger te meten, maar zelfs met het horecapubliek erbij zien we een daling die te denken zet over de populariteit van deze shopavond.

En ook op de zaterdag zien wij een opvallende afname in de passantenaantallen op straat. Dit zou te maken kunnen hebben met een afname van het aantal dagjesmensen dat voor funshoppen door de winkelstraten wandelt. Ook hier kan de invoering van de koopzondag een kannibaliserende uitwerking gehad hebben op de bezoekersaantallen op de zaterdagen. Het gemiddelde druktebeeld is hiermee door de jaren heen als volgt veranderd:

Op jaarbasis en vertaald naar absolute passantenaantallen kunnen deze ogenschijnlijk kleine verschillen een zeer groot verschil maken in de weekomzetten, en daarmee de portemonnee van de retailer. Zo zagen wij eerder bijvoorbeeld al dat de passantenaantallen tijdens koopavonden landelijk zelfs met meer dan 30% zijn gedaald. Dit zijn ontwikkelingen die hard aankomen voor de ondernemers in de winkelgebieden. Zeker als zij dit gemis niet op andere weekdagen weten te compenseren.

Voor hen is het dan ook van groot belang om hier op een effectieve manier mee om te gaan. En zoals altijd begint effectief handelen met goed en tijdig kennis nemen van de ontwikkelingen die er voor de retailer toe doen. Hoe ziet de verandering er in jouw straat of in jouw stad uit? Sommige straten hebben nu eenmaal meer last van deze ontwikkelingen dan andere. En hoe kun je op een andere manier met de consument blijven communiceren? Via e-mail, via Twitter? In ieder geval is een goede kennis van je eigen klantenbasis essentieel en kan je als ondernemer het verschil maken door juist op hun behoeften in te spelen. VIP-avonden, langer open op de zaterdag, koopavond dicht? Het onderzoek van CityTraffic is dan ook een goede aanleiding  om een duidelijk oogje in het zeil te houden op het veranderlijke winkelgedrag van de huidige consument.

Geplaatst op: 27/05/14

Nederlanders gaan steeds minder vaak op koopavond de stad of het dorp in om te winkelen. Meer dan de helft van de Nederlanders zegt nu minder vaak een koopavond te bezoeken dan vijf jaar geleden, aldus onderzoeksbureau I&O Research. Recent onderzoek van CityTraffic beaamt dit en ziet over een periode van 3 jaar beduidend minder mensen op straat tijdens de ooit zo populaire koopavonden.

In de periode van 2011 tot en met 2013 is het aantal passanten tijdens koopavond in de kernwinkelgebieden gemiddeld met ongeveer 31% afgenomen. Deze conclusie kan getrokken worden op basis van kwantitatief onderzoek naar het gebruik van de koopavond van 10 grote en middelgrote winkelsteden in Nederland. Ter vergelijking: landelijk gezien is het over een periode van drie jaar op een gemiddelde dag ongeveer 9 procent rustiger geworden in de Nederlandse winkelstraten. Door dit verschil lijkt de koopavond structureel in populariteit in te boeten.

We zien hier dat de behoeftes van de shoppers veranderen en daarom zullen retailers en gemeenten hier effectief op in moeten spelen. Het verruimen van de openingstijden op een koopzondag of zaterdag of het bieden van alternatieve winkelmomenten kunnen een uitkomst bieden om de binnensteden van Nederland nieuw leven in te blazen. Vanwege deze recente ontwikkelingen heeft het adviesbureau Retail Management Center sinds kort een speciaal Retail programma ontwikkeld om gemeenten en retailers te ondersteunen en met oplossingen te komen om deze ontwikkelingen te ondervangen (www.rmc.nl)

Geplaatst op: 27/05/14

In het eerste kwartaal van 2014 was het ruim 4% drukker in de belangrijkste winkelstraten van Nederland dan in dezelfde periode een jaar geleden. Zo blijkt uit recent gepubliceerde kwartaalcijfers van onderzoeksbureau CityTraffic.

Het bijzonder zachte voorjaar zal hier zeker aan bijgedragen hebben, maar tegelijkertijd zou dit mogelijk een signaal kunnen zijn van een voorzichtig aantrekkende economie en een stijgend consumentenvertrouwen. Zo werden in het eerste kwartaal wekelijks gemiddeld 4,5 procent meer bezoekers gesignaleerd in de winkelgebieden van Nederland, en dit zal de bestedingen in de winkelstraten best ten goede gekomen kunnen zijn.

Met name januari en maart blijken sterke maanden te zijn geweest. In de vierde week van dit jaar waren er bijvoorbeeld maar liefst 14% meer bezoekers in de Nederlandse binnensteden ten opzichte van vorig jaar. Maar ook in maart liepen de procentuele verschillen op tot soms wel 12%. De maand februari viel relatief tegen ten opzichte van vorig jaar.

Het regionale druktebeeld van Nederland laat zien dat het zuiden van het land het erg sterk deed in de beginweken van het eerste kwartaal, maar daarna vlakte het druktebeeld onder de rivieren langzaam weer wat af. De oostelijke en de midden regio lieten vooral pieken in de drukte zien in de tweede en derde maand van het nieuwe jaar.

Wellicht is het te vroeg om juichen maar de eerste positieve geluiden voor een opleving in de drukte van de winkelstraten zijn zeker waarneembaar. Nu is het afwachten of deze eerste positieve trends aan blijven houden in het tweede kwartaal.

Begin juli zullen de resultaten van het volgende kwartaal als eerste worden gepubliceerd in de CityTraffic Index.

Geplaatst op: 27/05/14

Bluetooth blijkt een betrouwbare methode om het aantal passanten in winkelstraten te meten. Dat blijkt uit recent onderzoek van internationaal marktonderzoeks-bureau Ipsos, in Nederland vooral bekend van de politieke barometer bij de verkiezingen.

Het onafhankelijke onderzoeksbureau onderzocht de meetmethode van automatische telsystemen door de data van ruim een jaar te analyseren en de correlatie vast te stellen tussen infrarood en bluetooth. De opdracht werd uitgevoerd in opdracht van innovatiecentrum Syntens en CityTraffic. Daaruit komt naar voren dat de meetmethode een betrouwbaarheid heeft van 90 tot 95% ten opzichte van gangbare infraroodmetingen.

Ook blijkt uit het onderzoek dat passanten met bluetooth op de telefoon geen ander koopgedrag hebben dan mensen die het systeem niet aan hebben staan.

CityTraffic meet al jarenlang het aantal passanten in winkelstraten door middel van bluetoothsignalen. Het onderzoeksbureau is daarmee het enige in Nederland dat een algemeen beeld kan geven van het aantal consumenten in winkelstraten en -centra per dag en tijdstip, vertelt directeur Huib Lubbers.

“Veel bedrijven meten op willekeurige dagen steekproefsgewijs in winkelstraten. De tellingen, die met de hand gebeuren, worden vervolgens geëxtrapoleerd naar het hele jaar. Wij vinden die schatting onbetrouwbaar, want het aantal consumenten op straat is afhankelijk van het weer, het tijdstip, acties van winkels, uitverkoop en nog veel meer. Er bestaat geen gemiddelde week, daarom meten wij simpelweg altijd. We geloven dat we alleen met deze methode een betrouwbaar beeld kunnen schetsen van het daadwerkelijke aantal passanten. Bovendien zien we dat verschillen in winkelgedrag per dag en per tijdstip zo groot zijn, dat het zeer veel interessante gegevens oplevert over bijvoorbeeld zondagverkoop, koopavonden of marktdagen. Omdat alle telpunten op een gelijke manier meten, zijn de data van die verschillende telpunten ook goed vergelijkbaar.”

Ongeveer 17% van de consumenten heeft bluetooth standaard aanstaan, onder andere voor het aansluiten van een carkit. Wifi is zeer geschikt voor het meten van loopstromen en verblijfstijden. Maar weet mindder voor het meten van grote groepen mensen, omdat het systeem voornamelijk door jongere doelgroepen wordt gebruikt.

Speciale kastjes in winkelstraten tellen en volgen de gecodeerde bluetoothsignalen. Deze zijn niet gekoppeld aan personen, maar aan apparaten, waardoor de privacy van consumenten niet in gevaar komt. Bijkomend voordeel is dat CityTraffic op deze wijze ook gemakkelijk populaire winkelroutes in kaart kan brengen. Gemeentes en winkelcentra kunnen hierop inspelen door consumenten te stimuleren om hun looproute aan te passen of extra voorzieningen te bieden als horeca of een ander winkelaanbod.

CityTraffic installeert sinds dit jaar trouwens ook telpunten in parkeergages en op evenementlocaties. Het onderzoeksbureau heeft een eigen netwerk van 260 meetpunten, verspreid over het hele land. Sinds 2012 ook in de grote Belgische steden.

Geplaatst op: 27/05/14

Winkelcentra waar ook supermarkten gevestigd zijn, lijken minder last te hebben van teruglopende bezoekersaantallen. Winkelcentra met supermarkten profiteren meer van terugkerende consumenten die hun overige boodschappen vaak in nabijgelegen winkels halen. Die conclusie trekt CityTraffic-directeur Huib Lubbers na interpretatie van de cijfersIn algemeen doen winkelcentra het nu beter dan binnensteden. Reden hiervoor lijkt dat stadskernen doorgaans geen supermarkt meer in de winkelstraten hebben, waardoor deze winkelgebieden alleen gefocust zijn op funshoppers, legt Lubbers uit. “Winkelstraten met naast de verplichte formules als C&A en HEMA ook een supermarkt, hebben een flinke voorsprong in het aantal voorbijgangers in de winkelstraat. Binnensteden met kleinere winkels in combinatie met een terrasje, restaurant en bioscopen doen het daarentegen wel iets beter.”

"We zijn de data, die voortkomen uit continue tellingen in alle belangrijke winkelstraten, nog aan het interpreteren. Maar de conclusie lijkt gestaafd te worden met cijfers."

De opmars van middelgrote winkelcentra lijkt op zijn retour. Winkelgebieden met aantrekkelijke aanloopstraten en gezellige ‘zwerfgebieden’ met unieke winkeltjes, doen het vaak wat beter dan andere winkelstraten of steden. De combinatie met aantrekkelijke horeca is erg belangrijk. “Winkelcentra met alleen maar winkels, zien een terugloop in het aantal bezoekers. Consumenten willen graag een rondje lopen en onderweg wat kunnen consumeren”, zegt Lubbers.

Geplaatst op: 27/05/14

Het totale aantal passanten in winkelstraten tot half mei is met 15% gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook over meerdere jaren gemeten is er een enorme terugloop. Dat blijkt uit cijfers van CityTraffic.

Afgelopen jaar stond de CityTraffic Index in de periode van 1 januari tot half mei op gemiddeld 93. Het indexcijfer zakte in dezelfde periode in 2013 tot gemiddeld 79 punten.

“We zien een negatieve trend ten opzichte van vorig jaar in het aantal passanten in winkelgebieden vanwege mogelijkerwijs het slechte weer in combinatie met de economische crisis. Na bestudering van de zwakkere zomermaanden van 2012, zouden we deze achterstand komende weken in kunnen lopen. Of dat inderdaad het geval is, zullen we in mei en juni weten”, zegt directeur Huib Lubbers van CityTraffic.

Daarnaast speelt ook het veranderende koopgedrag van consumenten een rol in het verminderde aantal passanten in winkelstraten.

“Consumenten oriënteren zich minder in winkels maar doen dat voornamelijk op het internet. Veel klanten bereiden hun keus goed voor en gaan gericht naar de winkel toe. Uit onderzoek van H&M blijkt bijvoorbeeld dat consumenten die zich vooraf hebben georiënteerd op de website, twee keer meer producten kopen dan iemand die dat niet heeft gedaan. Vandaar dat de daling in de bezoekersaantallen niet direct tot dito omzetverlies hoeft te leiden. Voor de winkelier betekent dit een hogere productiviteit en zou men meer aandacht kunnen geven aan de bezoekers. Hun koopintenties zijn immers hoger dan voorheen.”

Geplaatst op: 27/05/14

Het kwam wat langzaam op gang, maar in de afgelopen weken zien we een sterke stijging in het aantal passanten in de winkelcentra. In week 9 van dit jaar was er zelfs een sterk positief verschil te zien met dezelfde week in 2011. Door de kou in de eerste weken van het jaar lijken veel consumenten thuis te zijn gebleven, maar nu het buiten warmer wordt trekt de consument de winkelcentra in, dit terwijl de Binnenstad Index (BSI) nog onder het niveau van 2011 ligt.

CityTraffic monitort wekelijks de passantendrukte in de Nederlandse Winkelcentra. Gebaseerd op deze informatie ontwikkelt CityTraffic de Nationale Winkelcentrum Index (NWI). Daarbij monitort CityTraffic ook de drukte in de Nederlandse binnensteden, waar de Binnenstad Index op wordt gebaseerd.

Met de data van CityTraffic kunnen we inzoomen in uw stad en uw regio om te zien wat het effect van het eerste kwartaal van 2012 is geweest.

Geplaatst op: 27/05/14

Het is officieel lente in 2012, maar de koude wintermaanden zijn ons niet in de koude kleren gaan zitten. Uitgebreid een dagje shoppen is niet nummer 1 vrijetijdsbesteding als het koud en guur weer is. Dit was ook te merken in de binnensteden tijden de koude dagen van februari. Op 4 en 11 februari heeft de KNMI tempraturen van -9 en -10 gemeten in de Kalverstraat Amsterdam. Duidelijk is te zien dat wanneer de temperatuur onder het vriespunt zakt, dat de passanten ook moeilijker de warme woonkamers verlaten.

CityTraffic monitort dagelijks het klimaat en het actuele passantenaantal en slaat dat voor u op in een database. Om volgend jaar vergelijken met 4 februari 2012 is het handig om te weten dat de binnenstaddrukte dit jaar op een dieptepunt was.

Geplaatst op: 27/05/14

Uit de data van CityTraffic is op te maken dat het een onstuimig jaar was. Het eerste semester van het jaar verliep redelijk positief, in die zin dat de drukte in de winkelcentra vergelijkbaar was met 2010. Na de zomervakantie ontstond een fors dalende trend. Deze hield aan tot de herfstvakantie. Daarna liet het jaar drukke weken, maar ook bijzonder rustige weken zien. Neem de week voor Kerst als voorbeeld: de drukste week wordt opgevolgd met een zeer rustige laatste week van het jaar. Een koopweek bij uitstek met de opruiming in volle gang, aangename winkeltemperaturen en veel mensen vrij. Maar de week presteert beduidend slechter dan in 2010 (ruim 10% minder.) Natuurlijk, drukke dagen worden meestal opgevolgd door rustige dagen, maar wat verklaart dat de consument zo grillig in haar winkelgedrag is geworden, zal de komende jaren moeten blijken.

Het is een feit dat de mogelijkheden op internet in kopen, keuren en oriënteren enorm zijn toegenomen. Ook is het een feit dat kopers in winkels meer kopen als men zich voorbereid heeft op het internet. Het wennen aan de vele mogelijkheden op internet, het ontdekken van gemak door thuis te bestellen, maar ook het ongemak als men thuis moet zijn om de bestelling aan te nemen. Vervolgens het naar de winkel gaan om de bestelling op te halen, het niet op voorraad zijn in de webwinkel zonder dat het vermeld is, waardoor beschikbaarheid van producten weer een issue wordt en de retailer zich kan onderscheiden door directe levering, slechte ervaringen met vooruit betalen, terwijl producten nog niet worden geleverd, etc.; het zijn allemaal voorbeelden van de consument die de nieuwe mogelijkheden van het internet zich eigen zal maken.
Vergrijzing leidt niet tot grillig winkelgedrag maar leidt ertoe dat er minder mensen op de been zijn en daarmee ook in de binnenstad en winkelcentra. Het devies lijkt om wekelijks de drukte te volgen en proberen te voorspellen wat de gevolgen voor u zijn.

Benieuwd naar de passantenaantallen in uw stad van het afgelopen jaar en nu? Neem dan contact met ons op voor meer informatie!

Geplaatst op: 27/05/14

Hoe 2011 de boeken in gaat, zullen we pas na een poosje weten. Terugkijkend zien we dat het in de binnensteden vooral opvallend rustig was na de zomervakantie tot aan de herfstvakantie. Daarna en daarvoor zien we diepe dalen, maar ook mooie pieken in de algemene drukte in de winkelstraten. Al met al kijken we terug op een lastig jaar waarin de consument zich bijna per maand liet beïnvloeden in haar winkelgedrag.

De week voor Kerst blijkt uiteindelijk de drukste week van 2011 te zijn geworden en laat daarmee de eerste week van de Meivakantie en de Krokusvakantie net achter zich. De drukste dag is zaterdag 24 december geworden, wat me, met de wijze waarop kerst viel dit jaar, wel enigszins verrast.

Eind 2009 keken we vooruit en ik kan me nog goed herinneren dat alle seinen toen ook op oranje stonden. Uiteindelijk bleek 2010 voor menigeen een goed jaar en zagen we dat de drukte in de binnensteden wel dalend was, maar niet meer zo fors als in 2009.

Vooruit kijken is een vak apart en wordt, zonder dat we het willen, beïnvloed door de waan van de dag. Gelukkig heeft de drukte in de binnensteden in Nederland een positieve impuls gekregen in december van 2011. Dat maakt het jaar niet goed, maar daardoor bleef de daling beperkt tot 2,28 procent. Iets minder mensen in de binnenstad, maar hoe zat het met hun uitgaven?

Consumentenvertrouwen en koopbereidheid zijn al geruime tijd niet meer de juiste indicatoren om vast te stellen hoe het winkelgedrag van de consument eruit zal zien. Internet, het weer, de vakantieplanning, de wijze waarop de feestdagen vallen, het aantal koopzondagen, de sector; er zijn veel factoren die bepalen hoe het winkel- en koopgedrag van de consument eruit zal zien. Wie kon bijvoorbeeld voorspellen dat de eerste zes maanden van 2011 ongeveer gelijk zouden worden aan vorig jaar? Bedenk daarbij dat het klimaat een grote rol speelt (zo viel er in de eerste twee maanden van 2011 veel sneeuw), dat de klappen in het derde kwartaal van 2011 vielen en dat de maand december nog aardig wat heeft teruggesnoept op 2010 (het sneeuwde al hevig in december 2010).

En wie heeft nu gelijk als ze een zwart of somber scenario schetsen? Ja, het meest veilige scenario is de lichten weer op oranje of zelfs op rood te zetten. Sterker nog, het zou van onverantwoordelijk gedrag getuigen als ik hier een zeer optimistische kijk op 2012 zou hebben. Maar toch voel ik mij als optimist persoonlijk wat prettiger om met wat meer nuance te kijken naar de mogelijkheden en kansen in 2012. Wie dacht bijvoorbeeld dat Serious Request van 3FM in 2011 weer een groter event is geworden dan de succesvolle jaren daarvoor of dat de Nederlander tijdens Sinterklaas en Kerst in 2011 meer zou gaan besteden? De consument kocht nog nooit zoveel in de supermarkt als in de week voor kerst. Met 825 miljoen overtrof het alle verwachtingen.

Vinger aan de pols houden, veel evenementen blijven organiseren, laten zien dat je er bent en dat je er toe doet, niet doen wat de buurman doet, creativiteit en nieuwe ideeën laten ontwikkelen en ruimte geven aan nieuwe inzichten. De winkelstraat moet een beetje opnieuw worden uitgevonden. Laat zien dat je begrijpt voor wie ze zijn gemaakt.

Ik wens u allen een goed en gezond 2012 en hoop op veel vernieuwingen. Laten we ons allen verrassen met een positieve blik. Wij houden het dagelijks voor u in de gaten.

Huib Lubbers
Directeur Citytraffic

Geplaatst op: 27/05/14

VVD en PVV hebben zich gekeerd tegen het voorstel dat een ruimere winkelopenstelling had moeten regelen. PVV-Kamerlid Dion Graus gaf toe dat het tegenstemmen alles te maken heeft met het te vriend houden van de SGP. Zonder de steun van de orthodox-christelijke partij heeft het kabinet immers geen meerderheid in de Eerste Kamer.

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer is in principe voor het initiatiefwetsvoorstel van D66 en Groen Links om voortaan gemeenten zelf te laten beslissen wanneer de winkels open mogen gaan. Hoewel coalitiepartijen VVD en PVV voor zijn, stemden ze tegen. “Ik zal maar meteen met de billen bloot gaan: het is geven en nemen”, speelde PVV’er Graus open kaart.

GroenLinks, D66 en PvdA verweten de PVV opportunisme. De VVD liet al eerder weten tegen het voorstel zal stemmen, terwijl die partij eigenlijk ook meer koopzondagen wenst. Gemeenten mogen nu maximaal twaalf koopzondagen per jaar hebben. Steeds meer gemeenten omzeilen deze regel echter, door een gedeelte van de stad aan te merken als toeristisch gebied. Daar mogen de winkels elke zondag open zijn.

Bron: Algemeen Dagblad, 22-04-2011

Geplaatst op: 27/05/14

De Nationale Passanten Index van onderzoeksbureau CityTraffic gaf in 2010 aan dat de dalende tendens in passantenaantallen in de winkelcentra van 2008 en 2009 zich had omgebogen in een stabiele trend, zelfs met een kleine stijging van 0,6 %. Dus vol verwachting keek men uit naar het eerste kwartaal van 2011.
Het aantal passanten in de eerste 13 weken van 2011 is echter opnieuw licht gedaald met 0,9% t.o.v. 2010. Een daling die wellicht wel te verwachten was naar aanleiding van de geluiden die werden gehoord uit de monden van de retailers. Na het bekend worden van de Nederlandse Detailhandelsindex van februari (+3%), hoopte echter menigeen op een klein herstel.

Het CBS rekent ons voor dat de omzetstijging voornamelijk wordt gerealiseerd door prijsstijgingen, hetgeen in de winkelstraat geen gevolgen heeft voor het aantal mensen in de binnensteden. Bovendien viel te lezen dat de benzinepompen een grote groei doormaken in de detailhandelsomzet. Als de Nationale Passanten Index van CityTraffic een goede graadmeter is voor de maandelijkse barometer van de winkelstraat, zou de Detailhandelsindex in de maand maart een kleine daling laten zien. Wellicht heffen de prijsstijgingen de volumedalingen op, maar het is “alle hens aan dek”. Het mooie weer tijdens de paasdagen zal waarschijnlijk een goede maand april opleveren, maar daar heeft het eerste kwartaal geen voordeel meer van.
Natuurlijk heeft internet een effect op het gericht winkelen, hetgeen het funshoppen wat naar de achtergrond lijkt te drukken. Mensen hebben gebrek aan vrije vrije tijd en dat blijkt wel uit hun winkelgedrag. Meer ‘Run’ dan ‘Fun’ en meer kopen per bezoek. Bovendien wordt de keus op het internet groter en beter en laten de meeste webshops van retailers grote omzetplussen zien.

Op macroniveau zijn het wellicht kleine verschillen, lokaal zijn er echter wel duidelijke verschillen te zien. De binnensteden lijken het beter te doen dan de winkelcentra in het eerste kwartaal. Traditioneel trekken de winkelcentra relatief meer bezoekers in het eerste kwartaal, maar volgens de CityTraffic Binnenstad Index 2011 hebben de binnensteden dat tussen week 7 en 11 fors gerepareerd. Met duidelijke positieve uitschieters zoals bijvoorbeeld in Deventer blijkt dat combinaties tussen winkelen, cultuur en horeca de huidige consument pleziert. Het liefst in historische binnensteden met een goed horeca-aanbod en een combinatie van formules en zelfstandige winkeltjes, met daarbij een goed evenementenprogramma in de binnenstad.

Middels de huidige technieken in automatisch tellen met behulp van het Bluetooth-signaal, of ander short-range radiosignaal kan dagelijks eenvoudig worden vastgesteld hoe vaak de consument naar de binnenstad komt, hoe lang zij verblijft en wat de belangrijkste loopstromen zijn. De binnensteden die het goed doen, laten ongetwijfeld betere resultaten zien in de verblijfstijd in het winkelgebied. Een ranking met de langste verblijfstijd per binnenstad is meer een kwestie van tijd. Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft recent haar plannen tezamen met WPM bekend gemaakt om meer informatie over huurprijzen in Nederland prijs te geven. Een goed idee. CityTraffic zal straks met haar actuele informatie in passantenaantallen aansluiten bij dit initiatief. Steeds meer gemeentes zien de noodzaak om inzicht te hebben in de actuele passantenstromen en zullen hun activiteiten beter kunnen monitoren met de laatste technieken in automatisch tellen.

Huib Lubbers - directeur CityTraffic

Wilt u reageren op deze visie? Stuurt u dan een e-mail naar huib@retailactueel.com.

Geplaatst op: 27/05/14

De meeste retailers werken in hun filialen met klantentellers, zodat de conversie tussen bezoekers en klanten kan worden gemeten. Door deze cijfers af te zetten tegen de passantenstroom van de winkelstraat of het hele winkelgebied kan nauwkeuriger inzicht worden verkregen in lokale marktaandelen. De recent gelanceerde methode CityTraffic maakt dit mogelijk.

Door: Marissa Blijham

Initiatiefnemer van CityTraffic is Huib Lubbers, managing director van Retail Management Center. De methode is volgens hem interessant voor retailers, vastgoedsector en gemeenten. CityTraffic meet dagelijks de passantenstromen van winkelgebieden. Momenteel wordt dat in veertig steden gedaan. Dat moet komend jaar worden uitgebreid. Door het aantal passanten van een winkelgebied dagelijks te meten ontstaat voor retailers een ijkpunt, legt Lubbers uit. “Zij kunnen het totaal aantal passanten dat in een winkelgebied wordt gemeten, vergelijken met het aantal bezoekers dat zij in hun filiaal hebben gemeten. Hierdoor ontstaat een nauwkeuriger beeld van positieve of negatieve verschuivingen in passantenstromen en wat voor invloed dat heeft op een filiaal in de gemeten winkelgebieden. Hierdoor kunnen zij personeel beter inzetten, afgestemd op de drukte van het specifieke winkelgebied. Andere voordelen zijn: het vergelijken van de prestaties van goede en slechte filialen, het beter kiezen van een locatie door een betrouwbaar inzicht van de passantenstromen, een betere afstemming van de winkelverkoop en de internetsales en betere openings- en sluitingstijden, afgestemd op de lokale behoefte.”

Pals Brust, algemeen directeur van C&A Nederland, is een van de ‘launching customers’ van CityTraffic. “Voorheen beschikten wij alleen over onze eigen klantentellingen. Wanneer een filiaal minder klanten telde, en daardoor de conversie achterbleef, maakten we de storemanager hierop attent. Nu kunnen we kijken of onze metingen ook kloppen bij de trend van het hele winkelgebied, zodat we ons lokale marktaandeel kunnen definiëren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een winkelgebied in zijn geheel minder passanten trekt, maar dat ons filiaal daar juist boven het gemiddelde zit. Dan presteert het desbetreffende filiaal juist goed. Andersom geldt het ook: het wordt duidelijk welke filialen achterblijven. Daarop kunnen we nagaan waarom dat zo is en kunnen we gericht actie ondernemen.”

Lubbers geeft een voorbeeld van een meting die vorig jaar is gedaan tijdens het WK Voetbal. Nederland speelde op zaterdagmiddag 19 juni om 13.30 uur tegen Japan. Tot 12.30 uur liep het aantal passanten van die bewuste zaterdag gelijk met het aantal passanten voor een gemiddelde zaterdag. Na 12.30 uur zie je uiteraard dat het aantal passanten sterk afneemt en wel met vijftig procent ten opzichte van de gemiddelde zaterdaglijn. Vanaf 15.30 uur is er een lichte piek waarneembaar, maar het aantal passanten komt niet meer op het gemiddelde niveau.

“In het WK-voorbeeld blijkt dat Nederland er massaal voor koos naar die voetbalwedstrijd te kijken. Dat wisten we van tevoren ook wel en dus besloten we om niet met WKacties te werken”, reageert Brust. “De cijfers van CityTraffic toonden echter dat het aantal passanten op die bewuste dag tot 12.30 uur gelijk was aan het gemiddelde aantal van een zaterdag. Het had dus interessant kunnen zijn om op die dag tot 13.00 uur met gerichte acties te werken, zodat we meer traffic hadden kunnen genereren.”

Brust geeft nog een voorbeeld: “Wanneer een groot evenement wordt georganiseerd in een stad, kan ik nu aan de cijfers terugzien of dat een positieve dan wel negatieve invloed heeft op onze klantenstroom. Anders gezegd: met de data van CityTraffic kun je trends in klantenstromen feitelijk onderbouwen. Hierdoor kun je rationele beslissingen nemen, in plaats van dat je op buikgevoel afgaat. Daardoor kom je met een beter verhaal naar de storemanagers van de filialen, maar ook naar gemeenten en vastgoedeigenaren.”

Lubbers vult aan dat de data van CityTraffic ook interessant is voor die partijen. “Gemeenten en vastgoedeigenaren krijgen inzichtelijk wat de werkelijke traffic is van A-, B en C-locaties. En doordat er continu wordt gemeten, wordt een eventuele trendbreuk snel duidelijk. Wanneer in een specifiek winkelgebied het aantal passanten ineens daalt of stijgt, kun je meteen achterhalen wat daar de reden van is en gericht actie ondernemen. Welke invloed heeft bijvoorbeeld het opbreken van een openbare weg op het aantal passanten. Mocht het tot schadevergoedingen komen, dan kun je uitgaan van concrete, betrouwbare cijfers.”

Bluetooth
CityTraffic heeft meetpunten in veertig grote steden. De passanten worden dagelijks via verschillende systemen gemeten, waaronder infrarood, camera’s en bluetooth. Per locatie wordt een passend meetinstrument gekozen. CityTraffic biedt meerdere producten, zoals een jaar-, maand- of een weekrapportage. Voorts kan een maandabonnement worden afgenomen op de Nationale Passanten Index.

Geplaatst op: 27/05/14

De komende jaren zal de mobiele telefoon mogelijk een steeds prominentere rol gaan spelen in de retail, zowel voorafgaand aan het bezoek als tijdens het bezoek aan de winkel.In een aantal vestigingen van Nederlandse supermarktketens zijn op dit moment handscannners te vinden. Met behulp van deze handscanners kunnen klanten producten uit hun winkelmand zelf scannen en afrekenen zonder tussenkomst van personeel. De Britse supermarktketen Tesco heeft stappen gezet om deze handscanners begin volgend jaar uit te rollen over al haar vestigingen. Tesco gaat wellicht nog een stap verder. Naast deze uitrol wil Tesco onderzoeken of de technologie van de handscanners ook gebruikt kan worden op iPhones en iPads.Tesco gaat daarnaast ook andere experimenten uitvoeren met behulp van applicaties op de producten van Apple. We kennen reeds de applicatie Appie van AH. Lekker thuis lijstjes maken door je recente aankopen te opnieuw te selecteren, de bonusaanbiedingen door te spitten of door het scannen van de barcodes van producten uit je koelkast. Wanneer de lijst klaar is kun je hem in de applicatie sorteren op de looproute van de Albert Heijn waar je de boodschappen gaat doen. Supermarktketen Tesco gaat echter verder door te onderzoeken of het mogelijk is de locatie van klanten in de winkel te bepalen. Dit wil Tesco doen door communicatie mogelijk te maken tussen bijvoorbeeld een iPhone of iPad applicatie en draadloze ontvangers in de winkels. Is de locatie eenmaal bepaald, dan zou het mogelijk moeten zijn de klant te navigeren naar een gewenst product. Tevens gaat de R&D afdeling van Tesco onderzoek doen naar de mogelijkheden om klanten op de hoogte te brengen van aanbiedingen in het gangpad waar ze zich bevinden of zelfs te navigeren naar aanbiedingen die overeen komen met recent aankoopgedrag.

Interessant zou zijn of het in de toekomst ook mogelijk is om passanten in de winkelstraat d.m.v. Bluetoothmarketing te attenderen op aanbiedingen en deze middels bovenstaande techniek naar en door winkels te navigeren. Hierdoor zou de retailer in staat worden gesteld om naast bestaande klanten ook potentiële klanten de winkel in te krijgen en op eenvoudige wijze hun weg naar interessante aanbiedingen te laten vinden.

Ook in Nederland zijn er ontwikkelingen om de rol van de mobiele telefoon in de retail te vergoten. Afgelopen september hebben ABN AMRO, ING, KPN, Rabobank, T-Mobile en Vodafone een intentieverklaring getekend om gezamenlijk mobiel betalen te introduceren aan de kassa in Nederland. Volgens verwachting is het mogelijk om in 2012 op een eenvoudige en veilige manier met een mobiel toestel aan de kassa te betalen. In plaats van de bankpasje te gebruiken, houdt de klant simpelweg zijn mobiele toestel tegen de betaalautomaat van de winkelier, waarna de betaling binnen enkele seconden plaatsvindt.

De mobiele telefoon als centrale spil van een bezoek aan een winkel. Producten bekijken, lijstjes maken, navigeren door winkels, zelf scannen en betalen; alles zonder tussenkomst van personeel of gebruik te maken van een pinpas. Het is wellicht toekomstmuziek, maar ik ben er klaar voor! U ook? Wellicht dat retailers wel moeten gaan nadenken over IT-balies... want in plaats van "waar kan ik de appelmoes vinden", kan ik me zo voorstellen dat er toch wat vragen gaan komen over het gebruik van (scan)applicaties, storingen in de systemen en crashende telefoons in de winkel!

Lars Stalling, consultant Retail Management Center

Geplaatst op: 27/05/14

We zijn allemaal de kluts kwijt, zo lijkt het. De economische, financiële en bancaire perikelen en onheilstijdingen die de krantenkoppen, nieuwsbulletins en nieuwssites de afgelopen twee jaar bijna dagelijks hebben gevuld (en nog steeds vullen) hebben een waar slagveld achtergelaten. En niet eens zozeer in de portemonnee van de Nederlander, maar vooral in zijn hoofd. Surf naar een willekeurige nieuwssite, sla een krant open of zet RTL Z aan en de analyses, voorspellingen en beschouwingen vliegen je om de oren. Analyses, voorspellingen en beschouwingen die allemaal iets anders zeggen. '2010 wordt het jaar van het herstel', riepen we met zijn allen vorig jaar. 'Het herstel zal in de tweede helft van het jaar weer afvlakken. Pas op voor een dubbele dip', hoorden we later. En nu vinden de meeste deskundigen een dubbele dip weer 'zeer onwaarschijnlijk'.

Waar zijn we financieel-economisch aan toe? Die vraag lijkt, bewust of onbewust, te leven bij een groot aantal Nederlanders. Een makkelijk gestelde vraag, die ontzettend lastig te beantwoorden is. Laten we de kranten van dinsdag 21 september er eens bij pakken. Volgens het FD zal de koopkracht volgend jaar 0,25 procent lager uitvallen. Het FD baseert zich daarbij op berekeningen van het Centraal Planbureau. Vorige week echter meldde RTL Nieuws nog, op basis van de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau, dat de koopkracht in 2011 redelijk op peil zou blijven. De Volkskrant schrijft dat het consumentenvertrouwen de afgelopen maand is gedaald. De ondervraagde Nederlanders zagen hun financiële situatie voor het komende jaar een stuk minder rooskleurig in dan een maand geleden en gaven aan grote aankopen liever uit te stellen tot betere tijden. Senne Jansen van het Centraal Bureau voor de Statistiek vindt dat dalende consumentenvertrouwen opvallend, gezien de achtergrond van een aantrekkende economie en dalende werkloosheid. Jansen denkt dat de Nederlander langzamerhand niet meer weet waar hij aan toe is. 'In 2009 zag je dat het vertrouwen gelijk opging met de aantrekkende economie, maar de afgelopen maanden wordt de consument heen en weer geslingerd tussen positieve en negatieve berichtgeving', aldus Jansen in de Volkskrant. Wellicht is het consumentenvertrouwen wel niet zo'n handige methode om de koopbereidheid van de consument te meten. Het consumentenvertrouwen, zoals dat wordt berekenend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, is 'een som van twee componenten', zo legt economisch psycholoog Fred van Raaij van de Universiteit van Tilburg uit in de Volkskrant. Enerzijds is er het algemene oordeel over het economische klimaat. Anderzijds is er de eigen koopbereidheid. 'Als het om vertrouwen in de economie gaat, is er vaak sprake van een zekere schizofrenie. Mensen zijn veel negatiever over de situatie van de economie in het algemeen dan over de situatie in hun eigen portemonnee. Ze handhaven graag een vorm van persoonlijk optimisme.' Volgens Van Raaij leidt het ertoe dat de koopbereidheid waarschijnlijk groter is dan de cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek doen vermoeden. Of zoals de 27-jarige Ali het in de Volkskrant verwoordt: 'De economie, daar wordt altijd over gezeurd op tv. Daar trek ik me niks van aan, weet je. Ik heb een bank nodig. Ik heb geld, dus ik koop een bank.'

Zijn er dan helemaal geen cijfers die een ander licht op koopbereidheid kunnen werpen? Wellicht kan de CityTraffic Index van CityTraffic nieuw licht op de zaak werpen. Deze CityTraffic Index geeft de drukte (in termen van aantal bezoekers) in een representatief mandje van Nederlandse winkelcentra weer. Week in, week uit, meet CityTraffic het aantal bezoekers in een groot aantal winkelcentra in ons land en bundelt CityTraffic deze gegevens in de CityTraffic Index. Aangezien CityTraffic beschikt over data vanaf het jaar 2007, kunnen we een goede trendanalyse maken van de drukte in de winkelcentra en kunnen we bovendien de drukte in verschillende jaren met elkaar vergelijken. Wanneer we 2007 als zogenaamd 'basisjaar' nemen, zien we dat er in 2008 nog nauwelijks een vuiltje aan de lucht was. De drukte in de winkelcentra in dat jaar (het jaar waarin de financiële crisis in het najaar in alle hevigheid losbarstte) week nauwelijks af van de drukte in 2007; de daling bedroeg slechts 0,6 procent. Hoe anders was de situatie in 2009…De eerste vier maanden van dat jaar was de daling in bezoekersaantallen nog te overzien, maar vanaf week 15 daalden de bezoekersaantallen scherp en bleef het drukteniveau eigenlijk continue onder de drukte in 2007 en 2008. Uiteindelijk daalde het aantal passanten in de winkelcentra in 2009 met 5,6 procent ten opzichte van 2008 en liefst 6,2 procent ten opzichte van 2007. Een forse daling. 2010 echter geeft een voorzichtig herstel (of liever: stabilisatie) te zien. Grote dalingen blijven dit jaar achterwege. In de eerste 36 weken van dit jaar, was het in 16 weken drukker dan in dezelfde week in 2009. Van de laatste 6 weken waren er zelfs 5 drukker dan dezelfde week vorig jaar. Een voorzichtig herstel van de bezoekersaantallen, zo kan een snelle eerste conclusie luiden. Of dat de opmaat is voor een verder herstel van de bezoekersaantallen in de winkelcentra is nog onvoldoende hard te maken.

En laten we niet te hard van stapel lopen. De weg terug naar het niveau van 2007 is nog lang; dit jaar waren slechts 3 weken drukker dan dezelfde week in 2007. Wilt u meer weten over de ontwikkeling van de drukte in de winkelcentra? Wilt u inzicht in de passantenaantallen in vele tientallen (winkel)steden in ons land? Of heeft u een andere vraag over druktepatronen in steden en winkelcentra? Kijk dan op www.citytraffic.nl voor meer informatie. Hans van Scheerdijk, RetailActueel

Geplaatst op: 27/05/14

Huurprijswijziging winkelruimte

Door John Nijsten

Van de financiële aspecten die voor de retailer van belang zijn in de overweging of hij al of niet een winkel zal openen, hebben de factoren die de omzet bepalen de meeste relatie met de criteria die bij een huurprijstoetsing van belang zijn. Om de te verwachten omzet van een winkel te bepalen, wordt een aantal methoden gebruikt. In de vorige editie kwamen de door E. Bolt en Prof. Van der Kind beschreven formules en de vergelijkingsmethode aan de orde. Onderstaand ga ik in op het belang van passanten voor de omzet.

Bij het bepalen van de aantrekkelijkheid van een winkelgebied t.b.v. de besluitvorming om daar al of niet een winkel te openen wordt vaak een groot aantal factoren in aanmerking genomen. Vraag is of al deze factoren wel zo relevant zijn c.q. of deze niet samenkomen in één of enkele data. Voor een reguliere branche in de non-food detailhandel die afhankelijk is van hoge passantendichtheden ben ik van oordeel dat buiten de pandfactoren 3 externe factoren van belang zijn om een principebeslissing te kunnen nemen. In de indeling van branches naar koopmotief, Run, Fun en Doel, betreffen het m.n. de Funbranches; Mode, Luxe en Vrije tijd.

Deze factoren zijn de ontwikkelingen ter plaatse, de mate van concurrentie en de aantallen passanten c.q. bezoekers.

Ontwikkelingen
Van belang is zich rekenschap te geven of het aantal inwoners/bezoekers /passanten in de toekomst zal toe- of afnemen. Relevant is ook te onderzoeken of nog woningbouw gepland is. Ook zal rekening gehouden moeten worden met toekomstige uitbreiding van winkelmeters.

Concurrentie
De concurrerende formules in het winkelgebied moeten in kaart worden gebracht. Zijn er sterke plaatselijke formules? De beoordeling of deze aanwezigheid positief dan wel negatief is, is vaak kwalitatief.

Passanten/bezoekers
Als men de categorieën personen die relevant zijn in het traject van verzorgingsgebied tot omzet van de winkel in chronologische volgorde zet, ontstaat het volgende overzicht:

  • inwoners van het verzorgingsgebied of plaats
  • bezoekers van het winkelgebied
  • bezoekers verdeeld over straten
  • passanten voor de winkel
  • bezoekers van de winkel
  • kopers in de winkel

Het aantal kopers is bekend c.q. wordt door de retailer geregistreerd. Voorts hebben veel formules bezoekentellers. Als vervolgens ook het aantal passanten vóór de beoogde winkel bekend is, zijn gegevens van de voorafgaande groepen niet relevant. In de groep passanten zijn de relevante inwoners van het verzorgingsgebied of plaats en de bezoekers van het winkelgebied namelijk verdisconteerd.

Ook zijn in deze passantendichtheid veel overige factoren die bij een vestigingsplaatsonderzoek aan de orde komen, begrepen. Als de bereikbaarheid slecht is, geen parkeergelegenheid aanwezig is etc. komt men niet graag ter plaatse winkelen. Dat uit zich dan in het aantal passanten. Mocht echter het aanbod zo speciaal zijn dat deze factoren op de koop toe worden genomen, is ook dit zichtbaar in het aantal passanten. Grofweg kan worden gesteld dat de aspecten grootte van de winkelconcentratie, aanbod, attractiviteit van het winkelgebied, afstand, bereikbaarheid en parkeervoorzieningen in het aantal passanten zijn verdisconteerd. Zelfs het aspect veiligheid.

Wel moet de retailer de meer kwalitatieve aspecten als imago, branchering met prijsniveau en opzet/lay-out nader beoordelen. Het gaat dan om de vraag: "Pas ik in deze winkelconcentratie?". Formules die afhankelijk zijn van veel passanten hoeven naar mijn mening dus geen uitgebreide onderzoeken te doen naar verzorgingsgebied, aan- en afvloeiing etc.

Natuurlijk ben ik mij bewust dat hiermee niet iedere vestigingsplaatsbeoordeling wordt ondervangen. Prof. R. van der Kind, t.a.p., hoofdstuk 16, Plaats van de vestiging, blz. 310 en 311, stelt dat de klassieke vestigingsplaats beoordeling in de betekenis van "Zoek de locatie waaromheen de meeste consumenten wonen" vooral geldt voor de gemakswinkel en de buurtsuper. In het dagelijkse boodschappentraject waarbij het convenience-aspect (nabijheid en bereikbaarheid) een grote rol speelt. Bij winkels met weinig formuleonderscheid, maar die wel doelgericht worden bezocht (bouwmarkten, meubelboulevards, tuincentra) zien we volgens hem dat een deel van het belang van de vestigingsplaats wordt overgenomen door promotie. Het belang van passantenstromen acht hij vooral aanwezig bij winkels met sterk formuleonderscheid, maar boodschappenachtig gedrag.

Voor stadsrandformules telt ook volgens mij de passantenstroom in mindere mate. Echter, ook bij deze formules is gebleken dat de mate van bezoek aan het winkelgebied essentieel is. Anders geformuleerd, veel stadsrandformules kunnen niet autonoom trekken. Vandaar dat ook dan wordt gekeken naar vestigingsplaatsen die al een relatief hoog bezoekersaantal kennen. Dit houdt in dat ook voor formules in niet-dagelijkse artikelen gevestigd buiten de centrale winkelgebieden de bezoekers aan het winkelgebied van primair belang zijn. Dit laat onverlet dat deze formules het betreffende winkelgebied kunnen versterken.

Natuurlijk is juist dat in sommige verzorgingsgebieden het besteedbaar inkomen hoger is dan in andere en in bepaalde plaatsen meer mensen tot de doelgroep van de formules behoren dan in andere. Weinig formules zijn echter zo uitzonderlijk dat het aantal passanten/bezoekers niet primair als uitgangspunt kan worden genomen. Verdere overwegingen kunnen ertoe leiden dat in bepaalde gevallen bij voldoende passanten/bezoekers niet voor de vestiging van een formule in dat winkelgebied moet worden gekozen. Dit is overigens vaker een kwalitatieve beoordeling ter plaatse dan een beoordeling gebaseerd op bijv. economische en demografische gegevens.

Het vorenstaande geldt uiteraard alleen indien sprake is van een volgroeid winkelgebied. Indien een nieuwe winkelconcentratie wordt ontwikkeld, zijn de overige factoren wel relevant.

Van veel winkelgebieden in Nederland zijn de passantenaantallen bekend althans te meten. Zelf gebruik ik de passantentellingen van Locatus. Niets let u echter een ander bureau, bijvoorbeeld Strabo of CityTraffic, te laten tellen c.q. hun gegevens te gebruiken. Om eenduidige conclusies te kunnen trekken, zal wel consistentie vereist zijn.

Voorzichtigheid
Passantentellingen zijn vaak momentopnames met daaraan inherent onzekerheid. Nog daargelaten dat niet voor elke plaats/winkelgebied een passantentelling voorhanden is.

Passantentellingen zijn vaak momentopnames met daaraan inherent onzekerheid. Nog daargelaten dat niet voor elke plaats/winkelgebied een passantentelling voorhanden is.

Ook andere aspecten spelen een rol. Zo is het aantal passanten dat bezoeker van de winkel wordt:

  • Wisselend naar bereikbaarheid en zichtbaarheid van de winkel
  • Wisselend per frontbreedte
  • Wisselend naar mate uitnodigende, drempelvrije toegang
  • Wisselend per locatie i.v.m. bezoekintentie passanten van de betreffende straat of straatgedeelte
  • Wisselend door verschillende samenstelling passanten.

Het laatste aspect heeft ook nog invloed op de besteding van de bezoeker in de winkel.

Mijn standaardvoorbeeld voor de bereikbaarheid van de winkel is een voormalige expansiemogelijkheid voor een Manfield in een stad in Duitsland. De aanbieding van de Duitse makelaar betrof een winkel in de hoofdwinkelstraat tegen een zeer aantrekkelijke huurprijs. Ik was verwonderd van die makelaar voor een Nederlandse partij een zodanige aanbieding te ontvangen. Ter plaatse bleek waarom. De aangeboden winkel lag aan een heel lichte glooiing in de winkelstraat, zodanig dat de passanten steeds net niet langs de winkel liepen. Ook terrassen van naastgelegen horecapanden kunnen veel ergernis geven.

De gevallen dat winkels structureel of op bepaalde dagen door een kiosk of marktkraam aan de zichtbaarheid zijn onttrokken zijn legio.

Degene die zich via een winkelstraat naar de trein of bus haast, heeft een andere bezoekintentie dan degene die de auto in de garage heeft geparkeerd en de middag heeft uitgetrokken om te shoppen. Het is dus zeker dat de passantenstroom bij het trein- of busstation een andere gemiddelde bezoekintentie heeft dan die in het overige gedeelte van deze straat of het winkelcentrum waartoe deze behoort. Het ligt dus voor de hand om hiermee rekening te houden. Dat kan overigens zowel in positieve als negatieve zin zijn. Vestiging vlak bij de entree van het station kan aantrekkelijk zijn i.v.m. de aanwezigheid van wachtende reizigers. Bepaalde exploitaties kunnen hiermee hun voordeel doen. In het algemeen zal de mindere koopintentie van de passanten echter negatief zijn. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dat winkels in de nabijheid van dit station niet vergeleken mogen worden met winkels in het overige gedeelte zelfs als de passantendichtheden hetzelfde of hoger zijn.

De Kinkerstraat heeft een hogere passantendichtheid dan de PC Hooftstraat. Toch ligt de huurprijs per m2 in de PC Hooftstraat hoger dan in de Kinkerstraat. Heeft dat wellicht iets te maken met de verschillende passantensamenstelling?

De conclusie is dat voor de vergelijkbaarheid deze aspecten naast de aantallen passanten van belang zijn en bij het vergelijk aan de hand van passantenaantallen men zich hiervan rekenschap dient te geven.

Huurprijstoetsing ex artikel 7:303 BW
Voor winkels in de branches mode, luxe en vrije tijd in centrale winkelgebieden zijn in de beoordeling of tot vestiging dient te worden overgegaan buiten de pandaspecten door mij van belang geacht de ontwikkelingen in de relevante omgeving, de concurrentie en de passantendichtheden. Bij een huurprijstoetsing zijn de te verwachten ontwikkelingen slechts in uitzonderingsgevallen van belang. De referentieperiode heeft betrekking op het verleden. Ook de concurrentie speelt geen rol. Doorslaggevend is wat huurders van vergelijkbare panden betalen. Niet wie de huurprijs betaalt. Dit houdt in dat buiten de pandaspecten nog slechts de passantendichtheden, kwantitatief en kwalitatief, als onderscheidend criterium resteren.

Retailers zijn eerder dan anderen van mening dat bij verschillen in passanten in een winkelstraat of bezoekers aan het winkelgebied vergelijkbaarheid niet meer op zijn plaats is. Dat komt mede omdat andere betrokkenen geen of vrijwel geen inzicht hebben in de consequentie van een afwijkende passanten- en/of bezoekersstroom voor de omzet. Voor de branches kleding en schoenen kunnen zo op het oog relatief kleine verschillen in afstand door afwijkende aantallen passanten het verschil maken tussen een goede en een slechte winkel qua omzet.

Conclusie
Bij mij heeft de opvatting postgevat dat naast de toekomstige positie van een locatie en de plaatselijke concurrentie voor de bepaling van de omzet van in het bijzonder binnenstadswinkels het aantal passanten relevant is. Dat houdt in dat bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van deze winkels ex artikel 7:303 BW buiten de pandaspecten de kwantitatieve en kwalitatieve passantenstroom van primair belang is.

Bij vergelijking dient gekeken te worden naar de precieze drukte van het wegsegment waaraan het litigieuze pand en de vergelijkingspanden zijn gelegen. Sterker nog, naar de precieze passantendrukte vóór deze panden. De indeling naar standkwaliteiten in A1, A2 etc. is hiervoor te grof. Het meest zuiver is het vergelijken met panden die binnen dezelfde aan- en afvoerroutes gelegen zijn. Maar ook dan kunnen verschillen voorkomen. De consument loopt ook terug indien het aanbod dat nog komt verder niet meer interessant voor hem is. Op kruispunten van drukke straten of straatgedeelten met minder drukke straten of straatgedeelten kunnen de minder drukke straten of weggedeelten op de kop nog profiteren van uitwaaiereffecten. Een telling verder in die straten zegt dan weinig. Ideaal is de vergelijking met panden in de onmiddellijke nabijheid van het litigieuze pand, aan dezelfde kant van de straat en ook overigens onder gelijke omstandigheden zoals op het gebied van bereikbaarheid en zichtbaarheid. Een kiosk of een waterpartijvoor de deur, niveauverschil in de straat, een terras van de buurman etc. kunnen een groot verschil veroorzaken in het maken van een passant tot bezoeker .Dat deze ideale vergelijking niet altijd mogelijk is, mede gezien de overige eisen die gesteld worden aan de panden qua vergelijkbaarheid, bijvoorbeeld t.a.v. grootte en front, spreekt voor zich. Als dan maar niet te snel wordt aangenomen dat panden iets verder of anders gelegen ook nog zonder meer vergelijkbaar zijn. Vrijwel steeds is dat namelijk niet het geval.

Geplaatst op: 27/05/14

CityTraffic monitort de drukte in de winkelstraat tijdens het WK

Amsterdam, 28 juni 2010 - Wat is de invloed van het WK voetbal op de drukte in de winkelstraat? CityTraffic heeft het antwoord. Tot voor kort werd alleen het aantal PIN-transacties gepubliceerd, welke fors bleken af te nemen tijdens de wedstrijden van Oranje. Vanaf heden is er de CityTraffic Index die actueel inzicht geeft in de drukte en de passantenaantallen in de winkelstraten van Nederland. CityTraffic weet dat op de donderdag van NL-Kameroen nauwelijks minder mensen in de winkelstraat kwamen dan op een gemiddelde donderdag; slechts 2,83% minder.

WK Index
CityTraffic heeft nu de WK Index samengesteld. Deze geeft inzicht in de invloed van het WK op de drukte in de winkelstraat; zowel voor het WK in zijn geheel als voor de wedstrijden van Oranje in het bijzonder.

Wat zeggen de cijfers?
De drukte in de winkelstraten tijdens het WK blijft op bijna alle speeldagen achter bij het gemiddelde (zie grafiek 1 in bijlage). In totaal waren er in de week van NL-Denemarken en NL-Japan (week 24) 18,35% minder mensen in de winkelstraat.

Op maandag 14 juni, de dag van Nederland-Denemarken, was er in totaal 12,18% minder publiek in de winkelstraten dan op een gemiddelde maandag; tijdens de wedstrijd was er op het dieptepunt 50% minder traffic dan normaal op dat tijdstip. Op zaterdag 19 juni, de dag van Nederland-Japan, was het 23,92% minder druk dan op een normale zaterdag. Tijdens de wedstrijd daalde de hoeveelheid mensen in de winkelstraat zelfs met 50%.

Donderdag 17 juni was het daarentegen 8,19% drukker dan gemiddeld; het feit dat veel Nederlanders op die koopavond alvast de stad ingingen, vooruitlopend op de zaterdag met Nederland-Japan, zal daaraan hebben bijgedragen.

Opvallend is dat een week later tijdens de donderdag van Nederland-Kameroen (op donderdagavond 24 juni) er slechts 2,83% minder mensen in de winkelstraten waren. De koopavond heeft dus nauwelijks te lijden onder het voetbal van Oranje.

Concluderend: Voor de retailers is een wedstrijd van Oranje op de zaterdagmiddag, volgens deze cijfers, het slechtst denkbare scenario; de traffic in de winkelstraat neemt zeer fors af. Een wedstrijd op de koopavond, zeker een late wedstrijd om 20:30 uur zoals tegen Kameroen, lijkt minder invloed te hebben op de traffic in de winkelstraat. Al met al is de totale traffic in de winkelstraat tijdens de WK-week 24 meer dan 18% lager dan in de gemiddelde week van 2010; een forse daling. Toch hoeft dat nog niet per sé te betekenen dat retailers ook dergelijke omzetcijfers noteerden; de opruimingen en het feit dat er tijdens het voetbal wellicht veel doelgerichte shoppers in de winkelstraat zijn kunnen een positieve invloed hebben op de conversie.

Rondom de wedstrijd...
Tijdens de twee middagwedstrijden (Nederland-Denemarken op maandag 14 juni, 13:30 uur en Nederland-Japan op zaterdag 19 juni, 13:30 uur) zien we een duidelijke en forse dip in de drukte in de winkelstraat rondom de wedstrijd. Dit lijkt een open deur, maar CityTraffic weet het exacte verloop. Zo weet CityTraffic ook precies hoe het voor en na de wedstrijd was. Aannames behoren tot het verleden.

Over CityTraffic
CityTraffic verzamelt passantengegevens opeen vooruitstrevende en automatische manier middels camera's, Bluetooth en infrarood-technologie. CityTraffic meet in winkelcentra en de meeste belangrijke winkelsteden en -straten van Nederland. We onderscheiden ons van andere aanbieders door het uitvoeren van dagelijkse tellingen die tot op het uur nauwkeurig en actueel zijn. 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. CityTraffic geeft een uiterst actueel en betrouwbaar inzicht in de drukte in de winkelstraten, speciaal voor retailers, vastgoedpartijen en overheden opgesteld en gelanceerd.

Noot voor de redactie Voor meer informatie (bijvoorbeeld over de drukte in de winkelstraten tijdens de volgende wedstrijden van Oranje) kunt u contact opnemen met CityTraffic. U kunt contact opnemen met Huib Lubbers of Janine Bekker via Info@citytraffic.nl of 020-653 5588. Op www.citytraffic.nl vindt u meer informatie over de organisatie.