Nationale CityTraffic Index

gratis_btn

Wilt u elke week op de hoogte zijn van het actuele druktebeeld in Nederland? Met de Nationale CityTraffic Index weet u voortaan elke maandagochtend voor 10 uur hoe druk het nou precies was in de winkelstraten. Vele retailers gingen u voor

Meer informatie Download voorbeeld Koop dit product

Wilt u ook weten hoe druk het is in de winkelstraten?

Weet u hoeveel klanten u vorige week maximaal had kunnen hebben? Wilt u ook uw ketens beter kunnen beoordelen? U kent waarschijnlijk uw eigen bezoekersaantallen en omzetcijfers, maar weet u ook hoe deze in verhouding stonden tot de drukte in de winkelstraten of op internet? Met een abonnement op de CityTraffic Index bent u elke week op de hoogte van het landelijke druktebeeld!

Wat ontvangt u?

Elke maandagochtend ontvangt u vóór 10:00 uur 's-ochtends een gedetailleerd overzicht in PDF van de Nationale CityTraffic Index in uw inbox. Dit overzicht is tot stand gekomen door de data van een representatieve selectie meetpunten uit ons netwerk te vertalen in één overzichtelijk indexgetal voor de winkelstraten van Nederland. Daarnaast worden de cijfers altijd voorzien van een toelichting van de mogelijke factoren die deze week het druktebeeld in Nederland kunnen hebben beoordeeld. Zo brengen wij direct de effecten in kaart van bijvoorbeeld weersomstandigheden, vakantiedagen, evenementen of de uitverkoop. In dit overzicht tonen wij hoe druk het was per regio en geven wij een weergave van de invloed van het weer. Wij geven u daarmee een complete tool om te zien of uw marktaandeel is verbeterd!

Hoe kunt u gebruik maken van deze informatie?

U kunt zich eenvoudig aanmelden voor een proefperiode door hier uw naam en e-mailadres op te geven. De proefperiode loopt na 4 weken automatisch af waarna u van ons een aanbieding zult ontvangen voor een jaarabonnement op de Nationale CityTraffic Index. Het is uiteraard ook mogelijk om direct een abonnement af te sluiten. Daarvoor klikt u hier en volgt u drie eenvodige stappen. Zo weet u aanstaande maandag al direct hoe druk het was in de winkelstraten van Nederland! 

 

Metingen in dit product

Passantentellingen

Wij meten sinds 2010 tot op het half uur nauwkeurig hoe druk het is in uw straat.

De CityTraffic Index is een weergave van het aantal passanten dat wekelijks verschillende typen winkelgebieden bezoekt. De CityTraffic Index wordt wekelijks geactualiseerd door het druktebeeld bij onze honderden telpunten te meten en samen te vatten in een landelijke trend. Inmiddels kunt u kiezen voor een landelijke of lokale drukte index. Ook kunt u kiezen voor boodschappencentra, A1 winkelstraten of perifere detailhandel locaties.

Onze producten met deze meting:

 

Weersinformatie

Wat is de invloed van het weer op de passantentellingen? Door weersinformatie van het KNMI toe te voegen aan onze producten geven wij extra inzicht en duiding aan de passantengegevens.

 

 

Cases bij dit product

Geplaatst op: 27/10/15

Van 18 tot en met 20 november vindt in Cannes de 21e Mapic plaats, de internationale winkelvastgoed beurs met meer dan 8.400 internationale deelnemers, waarvan 2.400 retailers en 2.300 projectontwikkelaars. 3 dagen exhibities, conferenties en netwerk evenementen gericht op alle vormen van winkelvastgoed: binnensteden, winkelcentra, outletcentra en leisure gebieden. PFM Footfall Intelligence zal samen met haar partners CityTraffic en Retail Management Center aanwezig zijn op stand P-1.F20.

Geplaatst op: 17/06/15

Door: Huib Lubbers
Directeur onderzoeksbureau CityTraffic en Retail Management Center
Gepubliceerd op Retailwatching.nl

CityTraffic heeft onderzoek gedaan naar de afname van het aantal passanten op straat tijdens de traditioneel drukke zaterdag sinds 2010. Dit onderzoek herhalen we ieder jaar om te peilen of de daling zich verder doorzet. Uit een recente meting blijkt dat de verdere spreiding van winkelstraatbezoekers zich doorzet. Ook anno 2015 willen consumenten zich op zaterdag niet en masse door de winkelstraten persen. De zaterdag is nog duidelijk de drukste winkeldag, maar neemt nu al vier jaar op rij in aantal passanten af. 

De traditioneel rustige dagen (maandag, dinsdag, woensdag) worden in verhouding belangrijkere winkeldagen. Die dagen waren een aantal jaar geleden al in opkomst, maar zien we nu verder in belang toenemen. Waar je vroeger op maandag een kanon kon afschieten, vraag je je nu verbaasd af waar die mensen toch vandaan komen. Uit onderstaande grafiek kunnen we opmaken dat de daling op zaterdag grofweg tien tot vijftien procent bedraagt ten opzichte van 2011.

Stille winkelstraten 

Waardoor daalt het aantal bezoekers van winkelstraten op zaterdag en stijgt het aantal op traditioneel rustige dagen? Daar zijn verschillende verklaringen voor. Ten eerste kan de zondagopenstelling van winkels in verschillende steden een oorzaak zijn voor de daling op zaterdag. Voorheen konden fulltime werkenden alleen kiezen uit de donderdagavond en de zaterdag. Dankzij de zondagopenstelling is daar een extra dag bij gekomen. Dit kan bijdragen aan het feit dat met name de donderdag en de zaterdag de hardste klappen hebben gekregen.

Aan de toename van het aantal consumenten dat op maandag, dinsdag en woensdag de winkelstraten bezoekt, liggen andere factoren ten grondslag. De verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt en de toename van het aantal parttime medewerkers spelen hierin mogelijk een rol. Ook de stijging van het aantal zzp'ers in ons land kan bijdragen aan de verdere spreiding van het winkelstraatbezoek. Dat aantal is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek nog nooit zo hard gestegen. Ook de groei van het aantal werkelozen speelt mogelijk een rol. Hoe het ook zij: al deze mensen moeten boodschappen doen en kiezen steeds vaker voor de traditioneel rustige dagen.

Uit metingen van het online shoppergedrag zien we nog een interessante tendens. Op een zondag ligt het online surf- en koopgedrag zeven keer hoger dan op doordeweekse dagen. Veel koopbewegingen roepen weer andere winkeleffecten op, zoals kijken op zondag en kopen op maandag of kopen op zondag en ruilen op maandag.

Wat doet u met deze kennis?
Effectief handelen begint voor retailers met goed en tijdig kennis nemen van deze ontwikkelingen. We leven in een spannende tijd voor de retailer en de wereld verandert sneller dan ooit. Veranderende wetgeving, demografie en consumentengedrag zorgen ervoor dat consumenten op andere dagen, in verschillende kanalen en op andere tijdstippen de winkelstraat bezoeken dan voorheen. Dit zou invloed moeten hebben op onder meer de personeelsbezetting, de winkelvoorraadposities en de planning van de marketingacties.

Een goede ondernemer past zich continu aan de veranderende marktomstandigheden. Betekent het iets voor zijn bezetting, de openingstijden of voor de folder? Retailers doen er bijvoorbeeld goed aan het personeelsbeleid beter af te stemmen op de drukte buiten. De drukte in de winkelstraat heeft altijd een enorme impact gehad op het drukteverloop in de winkel en is een perfecte indicatie voor het bezoekerspotentieel. Dankzij het aanpassen van de personeelsplanning op het aantal passanten buiten op straat, wordt de kans een stuk kleiner dat die passanten, zodra ze een voet over de drempel zetten, worden geconfronteerd met een tekort aan personeel. Hierdoor kan de salestijd per bezoeker gelijk blijven tijdens de piekdruktes, met een hogere omzet tot gevolg. Retailers kunnen hun personeel daarnaast op rustige momenten later laten beginnen of op rustige momenten aan het einde van de dag de werktijden verkorten.

Het veranderende winkelgedrag heeft ook invloed op citymarketing. Evenementen hoeven niet langer per definitie plaats te vinden op de traditionele zaterdag of zondag, aangezien ze ook op andere dagen genoeg bezoekers kunnen trekken die genieten van een vrije dag. Kortom: het blijft goed om gedrag van de huidige consument continue te monitoren en daar tijdig actie op te ondernemen.

Geplaatst op: 18/11/14

Dat het op het strand druk wordt als het warm is zal natuurlijk niemand verbazen, maar hoe zit dit nou eigenlijk in de winkelstraten? De afgelopen zomer zagen we bijvoorbeeld een massastroom van mensen naar de boulevard van Scheveningen, toen op 18 en 19 juli de eerste twee officiële tropische dagen van het jaar aangebroken waren. De hoge temperaturen zorgden voor een massastroom van mensen naar de kust. CityTraffic telde op deze dagen samen zelfs bijna 200.000 unieke bezoekers op de boulevard van Scheveningen. Een hoogtepunt voor de kustplaats, maar welk effect heeft goed weer op de winkelstraten die de mensen achter zich laten?

Dat temperatuur en druktebeeld hand in hand gaan in kustplaatsen is goed te zien in de onderstaande weergave van het druktebeeld in Scheveningen. Juni en juli waren twee warme en zonnige zomermaanden met hoge temperaturen en relatief weinig regen. We zien hier dan ook een hoge correlatie tussen bezoekersaantallen en temperatuur. Tegelijkertijd hebben we gemerkt dat de verblijfstijden sterk oplopen als het warmer wordt, tot gemiddeld bijna anderhalf uur in de maand juli in Scheveningen. In augustus daalde deze verblijfstijd weer met 9 minuten, in overeenkomst met de dalende temperaturen en een toename in de neerslag.

De correlatie tussen het weer en het drukteverloop in de rest van de Nederlandse winkelstraten lijkt een stuk minder sterk. Beter weer zorgt in de zomer niet altijd voor meer bezoekers in de winkelstraten. Zo was september landelijk gezien een zeer slechte maand voor de detailhandel, terwijl de temperaturen bijzonder hoog lagen voor de tijd van het jaar. De laatste twee weken waren er respectievelijk 19 en 16 procent minder bezoekers in de winkelstraten. Een verklaring voor deze lage aantallen is het warme weer eind september, terwijl de winkels ingesteld waren op de herfstdrukte die we een jaar eerder meemaakten in de winkelstraten. Dit jaar was het gemiddeld 7 graden warmer dan vorig jaar in deze periode, wat het winkelpubliek nou niet bepaald prikkelde om herfst- en winterkleding in te slaan. Het gevolg was een groot verschil met de passantenaantallen van vorig jaar.

Warm weer zorgt in winkelstraten dus niet direct voor meer winkelend publiek, en hieruit blijkt maar weer dat het voor retailers des te belangrijker is om het aanbod snel en actief op de actualiteit aan te passen. Wilt u ook weten over het druktebeeld in uw stad of winkelstraat of bent u benieuwd naar de verblijfstijden in uw winkelgebied? Neem dan contact met ons op via het onderstaande contactformulier of mail ons via citytraffic@citytraffic.nl

Geplaatst op: 18/11/14

In het derde kwartaal was het minder druk in de Vlaamse winkelstraten dan vorig jaar. In de maanden juli, augustus en september liepen er namelijk ruim 4 procent minder passanten door de winkelstraten ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Dit blijkt uit de recent gepubliceerde kwartaalcijfers van onderzoeksbureau CityTraffic uit het meetnetwerk in de Belgische steden.

Vooral in juli en september waren de passantenaantallen in België aan de lage kant. Zo liepen er in de laatste twee weken van september bijvoorbeeld tot maar liefst 19% minder bezoekers in de winkelstraten dan vorig jaar. Een mogelijke oorzaak hiervoor kan het aanhoudende zomerweer van eind september geweest zijn. Het was namelijk ruim 7 graden warmer dan vorig jaar in deze periode, en waar de winkelstraten een jaar eerder vol liepen voor de herfstaankopen bleef deze impuls dit jaar duidelijk achterwege. Dit is overigens een trend die ook in de Nederlandse winkelstraten zichtbaar was in de weken 38 en 39.

De augustusmaand was een positieve uitzondering op vorig jaar. Zo werden er in week 34 juist weer 19% meer bezoekers in de Belgische winkelstraten gesignaleerd. Daarnaast zijn er wel verschillen in het regionale druktebeeld zichtbaar. Zo deden Antwerpen en Roeselare het bijvoorbeeld een stuk beter dan een Brussel of een Hasselt. Landelijk vertoonde het druktebeeld de volgende trend in het derde kwartaal:

Deze kwartaalcijfers staan in licht contrast met het positieve eerste half jaar waarin het juist wat drukker was in de Belgische winkelstraten. Het zal interessant worden om te bezien welke trend zal overheersen in het laatste kwartaal van dit jaar. Begin januari zullen deze resultaten als eerste worden gepubliceerd in de CityTraffic Index van België.

Wilt u maandelijks worden gerapporteerd over uw stad, laat het ons weten en we maken een mooi kennsimakingsaanbod.

Geplaatst op: 13/11/14

Bron: Haarlem Dagblad, 12 november 2014

Door Richard Stekelenburg

HAARLEM - De koopavond op donderdag doet het in Haarlem opvallend slechter dan elders in het land.
Ook de maandag blijft merkwaardig achter als het gaat om bezoekcijfers van de binnenstad.

Gemeente: geen behoefte aan dagelijkse cijfers
Maar dat zijn nog niet eens de meest frappante gegevens. Recente cijfers laten zien dat de Grote Houtstraat gemiddeld over de week genomen zo’n twintig procent minder bezoekers trekt dan vorig jaar.
Het zijn zomaar een paar van de conclusies die te trekken zijn uit de metingen die het bedrijf CityTraffic sinds 2010 24 uur per dag zeven dagen in de week in Haarlemse winkelstraten verricht.
Het bedrijf doet deze metingen inmiddels in 120 gemeenten in Nederland. Tot verbazing van directeur Huib Lubbers doet de gemeente Haarlem tot nu toe niets met die cijfers. Lubbers: ,,Ik heb een paar keer
aangeklopt, maar er is geen interesse voor, zo lijkt.’’ CityTraffic meet bezoekers aan de hand van elektronische kastjes die bluetooth- en wifi-gegevens registreert. Dat maakt dat elke registratie aan één
unieke voorbijganger is gekoppeld. In Haarlem hangen kastjes in de Grote Houtstraat, de Anegang, Zijlweg, Cronjéstraat en winkelcentrum Schalkwijk.

Afnemers
Voor de Haarlemse cijfers heeft het bedrijf nu zo’n twintig tot dertig afnemers. ,,Dat zijn grootwinkelketens die hun beleid mede afstemmen op dit soort cijfers’’, zegt Lubbers. ,,Zij hebben desgewenst dagelijks
inzicht in de actuele gegevens.’’ Wie de Haarlemse cijfers over 2013 naast de landelijke legt, ziet dat de stad het in dat jaar nog zeker niet slecht doet. Na een voorzichtige start zijn er tal van piekmomenten
waar Haarlem boven het gemiddelde scoort, zeker in evenementenmaand augustus. De meest recente cijfers over de Grote Houtstraat laten echter zien dat de grootste Haarlemse winkelstraat inmiddels flink
ónder het landelijk gemiddelde duikt. Lubbers: ,,Er zijn zeker steden die het slechter doen, maar Haarlem kan niet achterover leunen. Trends zetten door.’’

Slecht jaar
Over het algemeen geldt dat 2013 een ’slecht’ jaar was. Ten opzichte van 2012 kelderde het aantal bezoekers landelijk met tien procent. En die lijn wordt in 2014 doorgetrokken.’’ Lubbers: ,,Je ziet dat mensen meer op
internet kopen, en dat het winkelbezoek korter en doelgerichter is. Het van winkeltje naar winkeltje lopen gebeurt steeds minder. Wat verder onder meer opvalt, is dat het winkelbezoek langzaam verschuift naar een
later tijdstip.’’ Maar wat kan een gemeente met die gegevens? ,,Van alles! Het plannen van de evenementen zodat die optimaal economisch rendement bieden, bijvoorbeeld. Haarlem geeft erg veel geld uit aan
Citymarketing en evenementen zonder goed inzicht te hebben in de effecten.’’

Waarom?
Lubbers geeft een voorbeeld uit Leiden: ,,De Haarlemmerstraat daar is als winkelstraat eigenlijk te lang. Mede op basis van onze metingen zet de stad nu in op het eerste gedeelte en investeert miljoenen om daar een
aantrekkelijk wandelrondje te creëren.’’ Een ander voorbeeld dient zich aan als we bij de beweegbare afsluitpalen bij het Verwulft komen. ,,Met het afsluiten van de straat om 11 uur mogen er ook geen fietsers
meer door. Maar op basis van wat mag dat eigenlijk niet vanaf 11 uur? Misschien is 12 uur wel een beter moment. Dan zou je naar de cijfers moeten kijken.’’ De gemeente laat weten vast te willen houden aan de
metingen van een ander bedrijf: Locatus. Die telt handmatig en op momenten dat de gemeente opdracht geeft. Een woordvoerder: ,,Daarbij spelen kosten ook een rol. CityTraffic is aanmerkelijk duurder.’’ Volgens CityTraffic vraagt ze ’een paar duizend euro’ per jaar.

Geplaatst op: 27/10/14

Bron: Het Parool, 24 oktober 2014

De Pijp wordt te vol en te druk. Ondanks het werk aan de Noord/Zuidlijn is het aantal mensen op straat hard gegroeid. Volgens buurtbewoners wordt De Pijp onleefbaar.
Vorig jaar telde adviesbureau CityTraffic bijna vier miljoen mensen op de Ferdinand Bolstraat. Dat waren er bijna 400.000 meer dan het jaar ervoor en zelfs 700.000 meer dan in 2011.
Het bureau maakt gebruik van de signalen die mobiele telefoons uitzenden en heeft daardoor nauwkeurig inzicht in het gedrag van bezoekers aan De Pijp.


Afgelopen week ontstond ophef in stadsdeel Zuid over de herinrichting van de Frans Halsbuurt, tussen de Stadhouderskade en de Ceintuurbaan. Volgens bezorgde
buurtbewoners veroorzaakt het afsluiten van de Ferdinand Bolstraat voor auto's veel sluipverkeer in de kleine straten eromheen. 'Dit leidt tot gevaarlijke situaties.'

M
assatoerisme
Volgens buurtplatform Bewoners van De Pijp denken stadsdeel en gemeente niet goed na over de gevolgen van de ontwikkelingen in hun buurt en luisteren ze te weinig naar de bewoners.
In een brief aan wethouder Pieter Litjens schrijven ze deze week dat ze geen strijd voeren tegen toeristen en commercie, maar dat het beleid van de stad vooral is gericht op massatoerisme
en grootschalige consumptie. 


Buurtbewoner Bart Vingerhoeds zegt dat de gestegen huren van de laatste jaren de kleine buurtwinkeltjes in De Pijp de kop hebben gekost. 'Grote bedrijven als bijvoorbeeld Starbucks kunnen die huren wel opbrengen.
De straten worden volgeplempt met grote merken, maar de kleinschaligheid, toch één van de kenmerken van deze buurt, gaat kopje-onder.'

De opening van de NZ-lijn, over drie jaar, zal de buurt nog drukker maken, verwachten de bewoners. 'Groei en intensivering van commerciële functies in de buurt betekenen meer verkeer,
meer afval en meer lawaaiige vuilnis- en bezemwagens.'

 

Geplaatst op: 27/05/14

Een opvallende conclusie uit een van onze onderzoeken naar de drukte in de winkelgebieden van de afgelopen drie jaar is dat de winkelcentra beter presteren dan de binnensteden. We namen de drukte van de hoofdwinkelstraten in een binnenstad onder de loep en vergeleken dit met winkelcentra. Winkelcentra die vaak overdekt zijn, altijd met een P ernaast, erboven of eronder en meestal lager in parkeertarief. En wat bleek is dat de winkelcentra blijkbaar de afgelopen drie jaar duidelijk minder last hebben gehad van de sterk dalende passantenstromen. In het mandje van de CT BinnenstadsIndex hebben we een splitsing gemaakt in de verschillende winkelgebieden.

En het verschil is groot. Een gapanalyse geeft aan dat er een verschil is van wel 28% in drukte. Dus de winkelcentra zijn maar 2% rustiger geworden in passanten daar waar de drukke binnensteden te kampen hebben met een verlies van ruim 25% in de afgelopen jaren. In 2011 zagen we de binnensteden beter presteren, in 2012 deed men niet voor elkaar onder, en in 2013 zien we duidelijk dat het winkelcentrum minder last heeft van de passantendaling. Hoewel Citytraffic alleen maar de feitelijke drukte meet, gaan we natuurlijk wel op zoek naar mogelijke verklaringen. Speelt het slechte weer in Q1 van 2013 veel binnensteden parten? Zou het voordeel van het hebben van een supermarkt bij het winkelcentrum, steeds belangrijker worden? De betere bereikbaarheid? De lagere parkeertarieven? De ruimere hoeveelheid parkeerplaatsen?

Verder onderzoek zal moeten worden gedaan om te zien of de Nederlander inderdaad liever naar het winkelcentrum gaat dan naar de binnenstad. In ieder geval food for thought voor ontwikkelaars, eigenaren, retailers en gemeentes.

Geplaatst op: 27/05/14

Winkelcentra waar ook supermarkten gevestigd zijn, lijken minder last te hebben van teruglopende bezoekersaantallen. Winkelcentra met supermarkten profiteren meer van terugkerende consumenten die hun overige boodschappen vaak in nabijgelegen winkels halen. Die conclusie trekt CityTraffic-directeur Huib Lubbers na interpretatie van de cijfersIn algemeen doen winkelcentra het nu beter dan binnensteden. Reden hiervoor lijkt dat stadskernen doorgaans geen supermarkt meer in de winkelstraten hebben, waardoor deze winkelgebieden alleen gefocust zijn op funshoppers, legt Lubbers uit. “Winkelstraten met naast de verplichte formules als C&A en HEMA ook een supermarkt, hebben een flinke voorsprong in het aantal voorbijgangers in de winkelstraat. Binnensteden met kleinere winkels in combinatie met een terrasje, restaurant en bioscopen doen het daarentegen wel iets beter.”

"We zijn de data, die voortkomen uit continue tellingen in alle belangrijke winkelstraten, nog aan het interpreteren. Maar de conclusie lijkt gestaafd te worden met cijfers."

De opmars van middelgrote winkelcentra lijkt op zijn retour. Winkelgebieden met aantrekkelijke aanloopstraten en gezellige ‘zwerfgebieden’ met unieke winkeltjes, doen het vaak wat beter dan andere winkelstraten of steden. De combinatie met aantrekkelijke horeca is erg belangrijk. “Winkelcentra met alleen maar winkels, zien een terugloop in het aantal bezoekers. Consumenten willen graag een rondje lopen en onderweg wat kunnen consumeren”, zegt Lubbers.

Geplaatst op: 27/05/14

CityTraffic heeft een nieuwe wekelijkse index die de BSI en de NWI vervangt. Deze CityTraffic Index wordt gegenereerd aan de hand van 38 telpunten gepositioneerd in 13 winkelcentra en 25 winkelstraten verdeeld over 26 steden. De CityTraffic Index showt ook een Klimaat Index zodat vergelijkingen van week op week of jaar op jaar nog beter worden.

De CityTraffic Index is een weergave van het gemiddeld aantal passanten dat wekelijks verschillende typen winkelgebieden bezoekt. De data voor de CityTraffic Index is afkomstig van 38 telpunten in 26 steden die vanaf 1 januari 2011 actief zijn. Mettertijd zullen meer telpunten toegevoegd worden voor een nog bredere basis.

De geselecteerde 38 telpunten zijn gepositioneerd in 13 winkelcentra en 25 winkelstraten waarvan 13 op een A1 locatie, 4 op A2, 16 op B1, 2 op B2 en 3 op C1. Deze indelingen zijn gemaakt aan de hand van het aantal bezoekers op deze locatie ten opzichte van het drukste punt in diezelfde stad, waarbij A1 het drukste punt is. CityTraffic telt in verhouding meer in drukke winkelstraten. De index is hiervoor aangepast en gewogen naar het landelijk gemiddelde van type winkelstraat.

Voor €99* per maand weet u exact welke invloed het weer of de feestdagen op het winkelgedrag van de consument heeft gehad. Dit pakket is te bestellen in blokken van 3 maanden. Indien u een jaarabonnement afsluit ontvangt u een korting en betaalt u €995* per jaar.

Klik hier voor de factsheet.

*(prijzen zijn excl. 19% BTW)

Geplaatst op: 27/05/14

Het kwam wat langzaam op gang, maar in de afgelopen weken zien we een sterke stijging in het aantal passanten in de winkelcentra. In week 9 van dit jaar was er zelfs een sterk positief verschil te zien met dezelfde week in 2011. Door de kou in de eerste weken van het jaar lijken veel consumenten thuis te zijn gebleven, maar nu het buiten warmer wordt trekt de consument de winkelcentra in, dit terwijl de Binnenstad Index (BSI) nog onder het niveau van 2011 ligt.

CityTraffic monitort wekelijks de passantendrukte in de Nederlandse Winkelcentra. Gebaseerd op deze informatie ontwikkelt CityTraffic de Nationale Winkelcentrum Index (NWI). Daarbij monitort CityTraffic ook de drukte in de Nederlandse binnensteden, waar de Binnenstad Index op wordt gebaseerd.

Met de data van CityTraffic kunnen we inzoomen in uw stad en uw regio om te zien wat het effect van het eerste kwartaal van 2012 is geweest.

Geplaatst op: 27/05/14

Uit de data van CityTraffic is op te maken dat het een onstuimig jaar was. Het eerste semester van het jaar verliep redelijk positief, in die zin dat de drukte in de winkelcentra vergelijkbaar was met 2010. Na de zomervakantie ontstond een fors dalende trend. Deze hield aan tot de herfstvakantie. Daarna liet het jaar drukke weken, maar ook bijzonder rustige weken zien. Neem de week voor Kerst als voorbeeld: de drukste week wordt opgevolgd met een zeer rustige laatste week van het jaar. Een koopweek bij uitstek met de opruiming in volle gang, aangename winkeltemperaturen en veel mensen vrij. Maar de week presteert beduidend slechter dan in 2010 (ruim 10% minder.) Natuurlijk, drukke dagen worden meestal opgevolgd door rustige dagen, maar wat verklaart dat de consument zo grillig in haar winkelgedrag is geworden, zal de komende jaren moeten blijken.

Het is een feit dat de mogelijkheden op internet in kopen, keuren en oriënteren enorm zijn toegenomen. Ook is het een feit dat kopers in winkels meer kopen als men zich voorbereid heeft op het internet. Het wennen aan de vele mogelijkheden op internet, het ontdekken van gemak door thuis te bestellen, maar ook het ongemak als men thuis moet zijn om de bestelling aan te nemen. Vervolgens het naar de winkel gaan om de bestelling op te halen, het niet op voorraad zijn in de webwinkel zonder dat het vermeld is, waardoor beschikbaarheid van producten weer een issue wordt en de retailer zich kan onderscheiden door directe levering, slechte ervaringen met vooruit betalen, terwijl producten nog niet worden geleverd, etc.; het zijn allemaal voorbeelden van de consument die de nieuwe mogelijkheden van het internet zich eigen zal maken.
Vergrijzing leidt niet tot grillig winkelgedrag maar leidt ertoe dat er minder mensen op de been zijn en daarmee ook in de binnenstad en winkelcentra. Het devies lijkt om wekelijks de drukte te volgen en proberen te voorspellen wat de gevolgen voor u zijn.

Benieuwd naar de passantenaantallen in uw stad van het afgelopen jaar en nu? Neem dan contact met ons op voor meer informatie!

Geplaatst op: 27/05/14

De Nationale Passanten Index van onderzoeksbureau CityTraffic gaf in 2010 aan dat de dalende tendens in passantenaantallen in de winkelcentra van 2008 en 2009 zich had omgebogen in een stabiele trend, zelfs met een kleine stijging van 0,6 %. Dus vol verwachting keek men uit naar het eerste kwartaal van 2011.
Het aantal passanten in de eerste 13 weken van 2011 is echter opnieuw licht gedaald met 0,9% t.o.v. 2010. Een daling die wellicht wel te verwachten was naar aanleiding van de geluiden die werden gehoord uit de monden van de retailers. Na het bekend worden van de Nederlandse Detailhandelsindex van februari (+3%), hoopte echter menigeen op een klein herstel.

Het CBS rekent ons voor dat de omzetstijging voornamelijk wordt gerealiseerd door prijsstijgingen, hetgeen in de winkelstraat geen gevolgen heeft voor het aantal mensen in de binnensteden. Bovendien viel te lezen dat de benzinepompen een grote groei doormaken in de detailhandelsomzet. Als de Nationale Passanten Index van CityTraffic een goede graadmeter is voor de maandelijkse barometer van de winkelstraat, zou de Detailhandelsindex in de maand maart een kleine daling laten zien. Wellicht heffen de prijsstijgingen de volumedalingen op, maar het is “alle hens aan dek”. Het mooie weer tijdens de paasdagen zal waarschijnlijk een goede maand april opleveren, maar daar heeft het eerste kwartaal geen voordeel meer van.
Natuurlijk heeft internet een effect op het gericht winkelen, hetgeen het funshoppen wat naar de achtergrond lijkt te drukken. Mensen hebben gebrek aan vrije vrije tijd en dat blijkt wel uit hun winkelgedrag. Meer ‘Run’ dan ‘Fun’ en meer kopen per bezoek. Bovendien wordt de keus op het internet groter en beter en laten de meeste webshops van retailers grote omzetplussen zien.

Op macroniveau zijn het wellicht kleine verschillen, lokaal zijn er echter wel duidelijke verschillen te zien. De binnensteden lijken het beter te doen dan de winkelcentra in het eerste kwartaal. Traditioneel trekken de winkelcentra relatief meer bezoekers in het eerste kwartaal, maar volgens de CityTraffic Binnenstad Index 2011 hebben de binnensteden dat tussen week 7 en 11 fors gerepareerd. Met duidelijke positieve uitschieters zoals bijvoorbeeld in Deventer blijkt dat combinaties tussen winkelen, cultuur en horeca de huidige consument pleziert. Het liefst in historische binnensteden met een goed horeca-aanbod en een combinatie van formules en zelfstandige winkeltjes, met daarbij een goed evenementenprogramma in de binnenstad.

Middels de huidige technieken in automatisch tellen met behulp van het Bluetooth-signaal, of ander short-range radiosignaal kan dagelijks eenvoudig worden vastgesteld hoe vaak de consument naar de binnenstad komt, hoe lang zij verblijft en wat de belangrijkste loopstromen zijn. De binnensteden die het goed doen, laten ongetwijfeld betere resultaten zien in de verblijfstijd in het winkelgebied. Een ranking met de langste verblijfstijd per binnenstad is meer een kwestie van tijd. Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft recent haar plannen tezamen met WPM bekend gemaakt om meer informatie over huurprijzen in Nederland prijs te geven. Een goed idee. CityTraffic zal straks met haar actuele informatie in passantenaantallen aansluiten bij dit initiatief. Steeds meer gemeentes zien de noodzaak om inzicht te hebben in de actuele passantenstromen en zullen hun activiteiten beter kunnen monitoren met de laatste technieken in automatisch tellen.

Huib Lubbers - directeur CityTraffic

Wilt u reageren op deze visie? Stuurt u dan een e-mail naar huib@retailactueel.com.

Geplaatst op: 27/05/14

TNO patent
Met de door TNO bedachte en gepatenteerde (pending) techniek kan men mensen en voertuigen meten door gebruik te maken van de ‘short range radio signals’ die o.a. telefoons en carkits uitzenden. Op dit moment zijn dat bluetooth, WIFI en gps signalen. In de toekomst, dus binnen deze projectie na 2015, komen daar misschien weer extra signaalsoorten bij.

Het principe (patent) blijft echter hetzelfde: gebruik maken van de persoonlijke ‘short range radio signals’.

Groei Bluetooth en andere technieken (bron oa. In-Stat)
De geschiedenis van Bluetooth begint in 1994, toen Ericsson zocht naar een goedkope manier om via een radioverbinding communicatie tot stand te brengen tussen mobiele telefoons en andere apparaten. Men had zich ten doel gesteld om allerlei kabels tussen mobiele telefoons en pc-cards, koptelefoons, desktopapparaten etcetera overbodig te maken. Naarmate het onderzoek vorderde, werd het de onderzoekers duidelijk dat de toepassingsmogelijkheden voor een dergelijke korte-afstandsradioverbinding legio waren.

De Klassieke Bluetooth-technologie zal voor onbepaalde tijd dominant blijven in de telefoons, Ipads, Notebooks, E-readers. De groei in industriële en medische markten zal vooral door de Bluetooth Low Energy standaard plaatsvinden.

De groei van Bluetooth is nog steeds enorm, elk verkocht communicatie apparaat bevat Blueooth. WIFI is daarnaast ook een steeds meer bekende en gebruikte techniek voor Internet toegang op handsets, Ipad/Iphone, e-readers, laptops, thuis PC’s en Gamestations. De groei van Bluetooth en WIFI vind daarnaast ook in andere apparatuur plaats, in 2016 is de verwachting dat maar liefst 90% van alle voertuigen voorzien zijn van een bluetooth (meetbaar) apparaat.

Bluetooth 3.0 is een nieuwe high-speed standaard met WIFI snelheid en wordt vanaf 2010 in mobiele telefoons toegepast. De nieuwe alternatieve Wi-Fi Direct techniek laat peer-to-peer verbindingen tussen WIFI-apparaten toe en is een directe concurrent van Bluetooth 3.0. Hiervan zijn de eerste exemplaren nu (2011) leverbaar, in de nieuwste Samsung smartphones.

De short range radio markt wordt dusdanig groot dat het benoemen van Bluetooth als specifieke oplossing steeds minder relevant wordt, er zullen verschillende technieken worden toegepast binnen deze enorme groei-markt. Bluetrace zal zorgdragen dat dit feit altijd vertaald zal worden in relevante meetwaarden en meetsystemen conform het TNO patent (pending).

Non smartphones in 2011-2013
De gemiddelde gebruiksduur van telefoons is 2- 3 jaar, de huidige verkoopcijfers van smartphones geven aan dat binnen 2-3 jaar er een shift zal plaatsvinden naar smartphones. Voor alle non-smartphones (in 2011 nog steeds 80%) telefoons geldt dat een vast percentage meetbaar is via bluetooth (mits bluetooth aanstaat) deze factor (conversie genoemd) is zeer goed vast te stellen en is constant.

Smart phones 2013-2015
Voor alle smartphones geldt dat ze via WIFI te meten zijn (mits WIFI scanning op telefoon aan staat), dit is momenteel echter nog een lager percentage dan het aantal dat meebaar is via Bluetooth.

Projectering 2011-2015 volgens IDC
Zie hiernaast inschatting van marktaandeel volgens IDC voor 2015. Symbian zal worden vervangen door Windows 7 is de verwachting.

Meetbaarheid Handsets 2011-2015

Symbian
Bestaande Nokia, goed meetbaar.

Android
Versie 3.0 en hoger wordt zeker voorzien van permanente bluetooth on optie, verschilt nu nog per type telefoon en apps op de phone. Alle app bouwers eisen dit van google, vooral ook omdat Apple dit niet biedt

Windows 7 (vervanger symbian)
Is goed meetbaar.

Blackberry
Nieuwere blackberries allemaal meetbaar, oudere (minimale aantallen) verschilt per type.
Hieronder voorbeeldje van gescande blackberries.

Winkeliers verdeeld over koopzondag
Winkeliers denken heel verschillend over het gewenste aantal koopzondagen. Dat blijkt uit een onderzoek onder winkels in de woonbranche en mode-, schoenen- en sportzaken in opdracht van brancheorganisatie CBW-MITEX.

Winkeliers in het midden- en kleinbedrijf vinden het huidige aantal koopzondagen genoeg (90 procent). Bij verruiming stelt 55 procent niet vaker open te gaan op zondag. Veertien procent wil vaker open, terwijl andere het laten afhangen van de omstandigheden.

Grootwinkelbedrijven denken er anders over; twee derde zou meer dan 26 zondagen per jaar open willen zijn in de grotere gemeenten. In kleinere vestigingsplaatsen willen grootwinkelbedrijven de openstelling op zondag laten afhangen van lokale omstandigheden.

Bron: De Telegraaf 07-04-2011

Geplaatst op: 27/05/14

De meeste retailers werken in hun filialen met klantentellers, zodat de conversie tussen bezoekers en klanten kan worden gemeten. Door deze cijfers af te zetten tegen de passantenstroom van de winkelstraat of het hele winkelgebied kan nauwkeuriger inzicht worden verkregen in lokale marktaandelen. De recent gelanceerde methode CityTraffic maakt dit mogelijk.

Door: Marissa Blijham

Initiatiefnemer van CityTraffic is Huib Lubbers, managing director van Retail Management Center. De methode is volgens hem interessant voor retailers, vastgoedsector en gemeenten. CityTraffic meet dagelijks de passantenstromen van winkelgebieden. Momenteel wordt dat in veertig steden gedaan. Dat moet komend jaar worden uitgebreid. Door het aantal passanten van een winkelgebied dagelijks te meten ontstaat voor retailers een ijkpunt, legt Lubbers uit. “Zij kunnen het totaal aantal passanten dat in een winkelgebied wordt gemeten, vergelijken met het aantal bezoekers dat zij in hun filiaal hebben gemeten. Hierdoor ontstaat een nauwkeuriger beeld van positieve of negatieve verschuivingen in passantenstromen en wat voor invloed dat heeft op een filiaal in de gemeten winkelgebieden. Hierdoor kunnen zij personeel beter inzetten, afgestemd op de drukte van het specifieke winkelgebied. Andere voordelen zijn: het vergelijken van de prestaties van goede en slechte filialen, het beter kiezen van een locatie door een betrouwbaar inzicht van de passantenstromen, een betere afstemming van de winkelverkoop en de internetsales en betere openings- en sluitingstijden, afgestemd op de lokale behoefte.”

Pals Brust, algemeen directeur van C&A Nederland, is een van de ‘launching customers’ van CityTraffic. “Voorheen beschikten wij alleen over onze eigen klantentellingen. Wanneer een filiaal minder klanten telde, en daardoor de conversie achterbleef, maakten we de storemanager hierop attent. Nu kunnen we kijken of onze metingen ook kloppen bij de trend van het hele winkelgebied, zodat we ons lokale marktaandeel kunnen definiëren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een winkelgebied in zijn geheel minder passanten trekt, maar dat ons filiaal daar juist boven het gemiddelde zit. Dan presteert het desbetreffende filiaal juist goed. Andersom geldt het ook: het wordt duidelijk welke filialen achterblijven. Daarop kunnen we nagaan waarom dat zo is en kunnen we gericht actie ondernemen.”

Lubbers geeft een voorbeeld van een meting die vorig jaar is gedaan tijdens het WK Voetbal. Nederland speelde op zaterdagmiddag 19 juni om 13.30 uur tegen Japan. Tot 12.30 uur liep het aantal passanten van die bewuste zaterdag gelijk met het aantal passanten voor een gemiddelde zaterdag. Na 12.30 uur zie je uiteraard dat het aantal passanten sterk afneemt en wel met vijftig procent ten opzichte van de gemiddelde zaterdaglijn. Vanaf 15.30 uur is er een lichte piek waarneembaar, maar het aantal passanten komt niet meer op het gemiddelde niveau.

“In het WK-voorbeeld blijkt dat Nederland er massaal voor koos naar die voetbalwedstrijd te kijken. Dat wisten we van tevoren ook wel en dus besloten we om niet met WKacties te werken”, reageert Brust. “De cijfers van CityTraffic toonden echter dat het aantal passanten op die bewuste dag tot 12.30 uur gelijk was aan het gemiddelde aantal van een zaterdag. Het had dus interessant kunnen zijn om op die dag tot 13.00 uur met gerichte acties te werken, zodat we meer traffic hadden kunnen genereren.”

Brust geeft nog een voorbeeld: “Wanneer een groot evenement wordt georganiseerd in een stad, kan ik nu aan de cijfers terugzien of dat een positieve dan wel negatieve invloed heeft op onze klantenstroom. Anders gezegd: met de data van CityTraffic kun je trends in klantenstromen feitelijk onderbouwen. Hierdoor kun je rationele beslissingen nemen, in plaats van dat je op buikgevoel afgaat. Daardoor kom je met een beter verhaal naar de storemanagers van de filialen, maar ook naar gemeenten en vastgoedeigenaren.”

Lubbers vult aan dat de data van CityTraffic ook interessant is voor die partijen. “Gemeenten en vastgoedeigenaren krijgen inzichtelijk wat de werkelijke traffic is van A-, B en C-locaties. En doordat er continu wordt gemeten, wordt een eventuele trendbreuk snel duidelijk. Wanneer in een specifiek winkelgebied het aantal passanten ineens daalt of stijgt, kun je meteen achterhalen wat daar de reden van is en gericht actie ondernemen. Welke invloed heeft bijvoorbeeld het opbreken van een openbare weg op het aantal passanten. Mocht het tot schadevergoedingen komen, dan kun je uitgaan van concrete, betrouwbare cijfers.”

Bluetooth
CityTraffic heeft meetpunten in veertig grote steden. De passanten worden dagelijks via verschillende systemen gemeten, waaronder infrarood, camera’s en bluetooth. Per locatie wordt een passend meetinstrument gekozen. CityTraffic biedt meerdere producten, zoals een jaar-, maand- of een weekrapportage. Voorts kan een maandabonnement worden afgenomen op de Nationale Passanten Index.

Geplaatst op: 27/05/14

We zijn allemaal de kluts kwijt, zo lijkt het. De economische, financiële en bancaire perikelen en onheilstijdingen die de krantenkoppen, nieuwsbulletins en nieuwssites de afgelopen twee jaar bijna dagelijks hebben gevuld (en nog steeds vullen) hebben een waar slagveld achtergelaten. En niet eens zozeer in de portemonnee van de Nederlander, maar vooral in zijn hoofd. Surf naar een willekeurige nieuwssite, sla een krant open of zet RTL Z aan en de analyses, voorspellingen en beschouwingen vliegen je om de oren. Analyses, voorspellingen en beschouwingen die allemaal iets anders zeggen. '2010 wordt het jaar van het herstel', riepen we met zijn allen vorig jaar. 'Het herstel zal in de tweede helft van het jaar weer afvlakken. Pas op voor een dubbele dip', hoorden we later. En nu vinden de meeste deskundigen een dubbele dip weer 'zeer onwaarschijnlijk'.

Waar zijn we financieel-economisch aan toe? Die vraag lijkt, bewust of onbewust, te leven bij een groot aantal Nederlanders. Een makkelijk gestelde vraag, die ontzettend lastig te beantwoorden is. Laten we de kranten van dinsdag 21 september er eens bij pakken. Volgens het FD zal de koopkracht volgend jaar 0,25 procent lager uitvallen. Het FD baseert zich daarbij op berekeningen van het Centraal Planbureau. Vorige week echter meldde RTL Nieuws nog, op basis van de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau, dat de koopkracht in 2011 redelijk op peil zou blijven. De Volkskrant schrijft dat het consumentenvertrouwen de afgelopen maand is gedaald. De ondervraagde Nederlanders zagen hun financiële situatie voor het komende jaar een stuk minder rooskleurig in dan een maand geleden en gaven aan grote aankopen liever uit te stellen tot betere tijden. Senne Jansen van het Centraal Bureau voor de Statistiek vindt dat dalende consumentenvertrouwen opvallend, gezien de achtergrond van een aantrekkende economie en dalende werkloosheid. Jansen denkt dat de Nederlander langzamerhand niet meer weet waar hij aan toe is. 'In 2009 zag je dat het vertrouwen gelijk opging met de aantrekkende economie, maar de afgelopen maanden wordt de consument heen en weer geslingerd tussen positieve en negatieve berichtgeving', aldus Jansen in de Volkskrant. Wellicht is het consumentenvertrouwen wel niet zo'n handige methode om de koopbereidheid van de consument te meten. Het consumentenvertrouwen, zoals dat wordt berekenend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, is 'een som van twee componenten', zo legt economisch psycholoog Fred van Raaij van de Universiteit van Tilburg uit in de Volkskrant. Enerzijds is er het algemene oordeel over het economische klimaat. Anderzijds is er de eigen koopbereidheid. 'Als het om vertrouwen in de economie gaat, is er vaak sprake van een zekere schizofrenie. Mensen zijn veel negatiever over de situatie van de economie in het algemeen dan over de situatie in hun eigen portemonnee. Ze handhaven graag een vorm van persoonlijk optimisme.' Volgens Van Raaij leidt het ertoe dat de koopbereidheid waarschijnlijk groter is dan de cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek doen vermoeden. Of zoals de 27-jarige Ali het in de Volkskrant verwoordt: 'De economie, daar wordt altijd over gezeurd op tv. Daar trek ik me niks van aan, weet je. Ik heb een bank nodig. Ik heb geld, dus ik koop een bank.'

Zijn er dan helemaal geen cijfers die een ander licht op koopbereidheid kunnen werpen? Wellicht kan de CityTraffic Index van CityTraffic nieuw licht op de zaak werpen. Deze CityTraffic Index geeft de drukte (in termen van aantal bezoekers) in een representatief mandje van Nederlandse winkelcentra weer. Week in, week uit, meet CityTraffic het aantal bezoekers in een groot aantal winkelcentra in ons land en bundelt CityTraffic deze gegevens in de CityTraffic Index. Aangezien CityTraffic beschikt over data vanaf het jaar 2007, kunnen we een goede trendanalyse maken van de drukte in de winkelcentra en kunnen we bovendien de drukte in verschillende jaren met elkaar vergelijken. Wanneer we 2007 als zogenaamd 'basisjaar' nemen, zien we dat er in 2008 nog nauwelijks een vuiltje aan de lucht was. De drukte in de winkelcentra in dat jaar (het jaar waarin de financiële crisis in het najaar in alle hevigheid losbarstte) week nauwelijks af van de drukte in 2007; de daling bedroeg slechts 0,6 procent. Hoe anders was de situatie in 2009…De eerste vier maanden van dat jaar was de daling in bezoekersaantallen nog te overzien, maar vanaf week 15 daalden de bezoekersaantallen scherp en bleef het drukteniveau eigenlijk continue onder de drukte in 2007 en 2008. Uiteindelijk daalde het aantal passanten in de winkelcentra in 2009 met 5,6 procent ten opzichte van 2008 en liefst 6,2 procent ten opzichte van 2007. Een forse daling. 2010 echter geeft een voorzichtig herstel (of liever: stabilisatie) te zien. Grote dalingen blijven dit jaar achterwege. In de eerste 36 weken van dit jaar, was het in 16 weken drukker dan in dezelfde week in 2009. Van de laatste 6 weken waren er zelfs 5 drukker dan dezelfde week vorig jaar. Een voorzichtig herstel van de bezoekersaantallen, zo kan een snelle eerste conclusie luiden. Of dat de opmaat is voor een verder herstel van de bezoekersaantallen in de winkelcentra is nog onvoldoende hard te maken.

En laten we niet te hard van stapel lopen. De weg terug naar het niveau van 2007 is nog lang; dit jaar waren slechts 3 weken drukker dan dezelfde week in 2007. Wilt u meer weten over de ontwikkeling van de drukte in de winkelcentra? Wilt u inzicht in de passantenaantallen in vele tientallen (winkel)steden in ons land? Of heeft u een andere vraag over druktepatronen in steden en winkelcentra? Kijk dan op www.citytraffic.nl voor meer informatie. Hans van Scheerdijk, RetailActueel

Geplaatst op: 27/05/14

Huurprijswijziging winkelruimte

Door John Nijsten

Van de financiële aspecten die voor de retailer van belang zijn in de overweging of hij al of niet een winkel zal openen, hebben de factoren die de omzet bepalen de meeste relatie met de criteria die bij een huurprijstoetsing van belang zijn. Om de te verwachten omzet van een winkel te bepalen, wordt een aantal methoden gebruikt. In de vorige editie kwamen de door E. Bolt en Prof. Van der Kind beschreven formules en de vergelijkingsmethode aan de orde. Onderstaand ga ik in op het belang van passanten voor de omzet.

Bij het bepalen van de aantrekkelijkheid van een winkelgebied t.b.v. de besluitvorming om daar al of niet een winkel te openen wordt vaak een groot aantal factoren in aanmerking genomen. Vraag is of al deze factoren wel zo relevant zijn c.q. of deze niet samenkomen in één of enkele data. Voor een reguliere branche in de non-food detailhandel die afhankelijk is van hoge passantendichtheden ben ik van oordeel dat buiten de pandfactoren 3 externe factoren van belang zijn om een principebeslissing te kunnen nemen. In de indeling van branches naar koopmotief, Run, Fun en Doel, betreffen het m.n. de Funbranches; Mode, Luxe en Vrije tijd.

Deze factoren zijn de ontwikkelingen ter plaatse, de mate van concurrentie en de aantallen passanten c.q. bezoekers.

Ontwikkelingen
Van belang is zich rekenschap te geven of het aantal inwoners/bezoekers /passanten in de toekomst zal toe- of afnemen. Relevant is ook te onderzoeken of nog woningbouw gepland is. Ook zal rekening gehouden moeten worden met toekomstige uitbreiding van winkelmeters.

Concurrentie
De concurrerende formules in het winkelgebied moeten in kaart worden gebracht. Zijn er sterke plaatselijke formules? De beoordeling of deze aanwezigheid positief dan wel negatief is, is vaak kwalitatief.

Passanten/bezoekers
Als men de categorieën personen die relevant zijn in het traject van verzorgingsgebied tot omzet van de winkel in chronologische volgorde zet, ontstaat het volgende overzicht:

  • inwoners van het verzorgingsgebied of plaats
  • bezoekers van het winkelgebied
  • bezoekers verdeeld over straten
  • passanten voor de winkel
  • bezoekers van de winkel
  • kopers in de winkel

Het aantal kopers is bekend c.q. wordt door de retailer geregistreerd. Voorts hebben veel formules bezoekentellers. Als vervolgens ook het aantal passanten vóór de beoogde winkel bekend is, zijn gegevens van de voorafgaande groepen niet relevant. In de groep passanten zijn de relevante inwoners van het verzorgingsgebied of plaats en de bezoekers van het winkelgebied namelijk verdisconteerd.

Ook zijn in deze passantendichtheid veel overige factoren die bij een vestigingsplaatsonderzoek aan de orde komen, begrepen. Als de bereikbaarheid slecht is, geen parkeergelegenheid aanwezig is etc. komt men niet graag ter plaatse winkelen. Dat uit zich dan in het aantal passanten. Mocht echter het aanbod zo speciaal zijn dat deze factoren op de koop toe worden genomen, is ook dit zichtbaar in het aantal passanten. Grofweg kan worden gesteld dat de aspecten grootte van de winkelconcentratie, aanbod, attractiviteit van het winkelgebied, afstand, bereikbaarheid en parkeervoorzieningen in het aantal passanten zijn verdisconteerd. Zelfs het aspect veiligheid.

Wel moet de retailer de meer kwalitatieve aspecten als imago, branchering met prijsniveau en opzet/lay-out nader beoordelen. Het gaat dan om de vraag: "Pas ik in deze winkelconcentratie?". Formules die afhankelijk zijn van veel passanten hoeven naar mijn mening dus geen uitgebreide onderzoeken te doen naar verzorgingsgebied, aan- en afvloeiing etc.

Natuurlijk ben ik mij bewust dat hiermee niet iedere vestigingsplaatsbeoordeling wordt ondervangen. Prof. R. van der Kind, t.a.p., hoofdstuk 16, Plaats van de vestiging, blz. 310 en 311, stelt dat de klassieke vestigingsplaats beoordeling in de betekenis van "Zoek de locatie waaromheen de meeste consumenten wonen" vooral geldt voor de gemakswinkel en de buurtsuper. In het dagelijkse boodschappentraject waarbij het convenience-aspect (nabijheid en bereikbaarheid) een grote rol speelt. Bij winkels met weinig formuleonderscheid, maar die wel doelgericht worden bezocht (bouwmarkten, meubelboulevards, tuincentra) zien we volgens hem dat een deel van het belang van de vestigingsplaats wordt overgenomen door promotie. Het belang van passantenstromen acht hij vooral aanwezig bij winkels met sterk formuleonderscheid, maar boodschappenachtig gedrag.

Voor stadsrandformules telt ook volgens mij de passantenstroom in mindere mate. Echter, ook bij deze formules is gebleken dat de mate van bezoek aan het winkelgebied essentieel is. Anders geformuleerd, veel stadsrandformules kunnen niet autonoom trekken. Vandaar dat ook dan wordt gekeken naar vestigingsplaatsen die al een relatief hoog bezoekersaantal kennen. Dit houdt in dat ook voor formules in niet-dagelijkse artikelen gevestigd buiten de centrale winkelgebieden de bezoekers aan het winkelgebied van primair belang zijn. Dit laat onverlet dat deze formules het betreffende winkelgebied kunnen versterken.

Natuurlijk is juist dat in sommige verzorgingsgebieden het besteedbaar inkomen hoger is dan in andere en in bepaalde plaatsen meer mensen tot de doelgroep van de formules behoren dan in andere. Weinig formules zijn echter zo uitzonderlijk dat het aantal passanten/bezoekers niet primair als uitgangspunt kan worden genomen. Verdere overwegingen kunnen ertoe leiden dat in bepaalde gevallen bij voldoende passanten/bezoekers niet voor de vestiging van een formule in dat winkelgebied moet worden gekozen. Dit is overigens vaker een kwalitatieve beoordeling ter plaatse dan een beoordeling gebaseerd op bijv. economische en demografische gegevens.

Het vorenstaande geldt uiteraard alleen indien sprake is van een volgroeid winkelgebied. Indien een nieuwe winkelconcentratie wordt ontwikkeld, zijn de overige factoren wel relevant.

Van veel winkelgebieden in Nederland zijn de passantenaantallen bekend althans te meten. Zelf gebruik ik de passantentellingen van Locatus. Niets let u echter een ander bureau, bijvoorbeeld Strabo of CityTraffic, te laten tellen c.q. hun gegevens te gebruiken. Om eenduidige conclusies te kunnen trekken, zal wel consistentie vereist zijn.

Voorzichtigheid
Passantentellingen zijn vaak momentopnames met daaraan inherent onzekerheid. Nog daargelaten dat niet voor elke plaats/winkelgebied een passantentelling voorhanden is.

Passantentellingen zijn vaak momentopnames met daaraan inherent onzekerheid. Nog daargelaten dat niet voor elke plaats/winkelgebied een passantentelling voorhanden is.

Ook andere aspecten spelen een rol. Zo is het aantal passanten dat bezoeker van de winkel wordt:

  • Wisselend naar bereikbaarheid en zichtbaarheid van de winkel
  • Wisselend per frontbreedte
  • Wisselend naar mate uitnodigende, drempelvrije toegang
  • Wisselend per locatie i.v.m. bezoekintentie passanten van de betreffende straat of straatgedeelte
  • Wisselend door verschillende samenstelling passanten.

Het laatste aspect heeft ook nog invloed op de besteding van de bezoeker in de winkel.

Mijn standaardvoorbeeld voor de bereikbaarheid van de winkel is een voormalige expansiemogelijkheid voor een Manfield in een stad in Duitsland. De aanbieding van de Duitse makelaar betrof een winkel in de hoofdwinkelstraat tegen een zeer aantrekkelijke huurprijs. Ik was verwonderd van die makelaar voor een Nederlandse partij een zodanige aanbieding te ontvangen. Ter plaatse bleek waarom. De aangeboden winkel lag aan een heel lichte glooiing in de winkelstraat, zodanig dat de passanten steeds net niet langs de winkel liepen. Ook terrassen van naastgelegen horecapanden kunnen veel ergernis geven.

De gevallen dat winkels structureel of op bepaalde dagen door een kiosk of marktkraam aan de zichtbaarheid zijn onttrokken zijn legio.

Degene die zich via een winkelstraat naar de trein of bus haast, heeft een andere bezoekintentie dan degene die de auto in de garage heeft geparkeerd en de middag heeft uitgetrokken om te shoppen. Het is dus zeker dat de passantenstroom bij het trein- of busstation een andere gemiddelde bezoekintentie heeft dan die in het overige gedeelte van deze straat of het winkelcentrum waartoe deze behoort. Het ligt dus voor de hand om hiermee rekening te houden. Dat kan overigens zowel in positieve als negatieve zin zijn. Vestiging vlak bij de entree van het station kan aantrekkelijk zijn i.v.m. de aanwezigheid van wachtende reizigers. Bepaalde exploitaties kunnen hiermee hun voordeel doen. In het algemeen zal de mindere koopintentie van de passanten echter negatief zijn. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dat winkels in de nabijheid van dit station niet vergeleken mogen worden met winkels in het overige gedeelte zelfs als de passantendichtheden hetzelfde of hoger zijn.

De Kinkerstraat heeft een hogere passantendichtheid dan de PC Hooftstraat. Toch ligt de huurprijs per m2 in de PC Hooftstraat hoger dan in de Kinkerstraat. Heeft dat wellicht iets te maken met de verschillende passantensamenstelling?

De conclusie is dat voor de vergelijkbaarheid deze aspecten naast de aantallen passanten van belang zijn en bij het vergelijk aan de hand van passantenaantallen men zich hiervan rekenschap dient te geven.

Huurprijstoetsing ex artikel 7:303 BW
Voor winkels in de branches mode, luxe en vrije tijd in centrale winkelgebieden zijn in de beoordeling of tot vestiging dient te worden overgegaan buiten de pandaspecten door mij van belang geacht de ontwikkelingen in de relevante omgeving, de concurrentie en de passantendichtheden. Bij een huurprijstoetsing zijn de te verwachten ontwikkelingen slechts in uitzonderingsgevallen van belang. De referentieperiode heeft betrekking op het verleden. Ook de concurrentie speelt geen rol. Doorslaggevend is wat huurders van vergelijkbare panden betalen. Niet wie de huurprijs betaalt. Dit houdt in dat buiten de pandaspecten nog slechts de passantendichtheden, kwantitatief en kwalitatief, als onderscheidend criterium resteren.

Retailers zijn eerder dan anderen van mening dat bij verschillen in passanten in een winkelstraat of bezoekers aan het winkelgebied vergelijkbaarheid niet meer op zijn plaats is. Dat komt mede omdat andere betrokkenen geen of vrijwel geen inzicht hebben in de consequentie van een afwijkende passanten- en/of bezoekersstroom voor de omzet. Voor de branches kleding en schoenen kunnen zo op het oog relatief kleine verschillen in afstand door afwijkende aantallen passanten het verschil maken tussen een goede en een slechte winkel qua omzet.

Conclusie
Bij mij heeft de opvatting postgevat dat naast de toekomstige positie van een locatie en de plaatselijke concurrentie voor de bepaling van de omzet van in het bijzonder binnenstadswinkels het aantal passanten relevant is. Dat houdt in dat bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van deze winkels ex artikel 7:303 BW buiten de pandaspecten de kwantitatieve en kwalitatieve passantenstroom van primair belang is.

Bij vergelijking dient gekeken te worden naar de precieze drukte van het wegsegment waaraan het litigieuze pand en de vergelijkingspanden zijn gelegen. Sterker nog, naar de precieze passantendrukte vóór deze panden. De indeling naar standkwaliteiten in A1, A2 etc. is hiervoor te grof. Het meest zuiver is het vergelijken met panden die binnen dezelfde aan- en afvoerroutes gelegen zijn. Maar ook dan kunnen verschillen voorkomen. De consument loopt ook terug indien het aanbod dat nog komt verder niet meer interessant voor hem is. Op kruispunten van drukke straten of straatgedeelten met minder drukke straten of straatgedeelten kunnen de minder drukke straten of weggedeelten op de kop nog profiteren van uitwaaiereffecten. Een telling verder in die straten zegt dan weinig. Ideaal is de vergelijking met panden in de onmiddellijke nabijheid van het litigieuze pand, aan dezelfde kant van de straat en ook overigens onder gelijke omstandigheden zoals op het gebied van bereikbaarheid en zichtbaarheid. Een kiosk of een waterpartijvoor de deur, niveauverschil in de straat, een terras van de buurman etc. kunnen een groot verschil veroorzaken in het maken van een passant tot bezoeker .Dat deze ideale vergelijking niet altijd mogelijk is, mede gezien de overige eisen die gesteld worden aan de panden qua vergelijkbaarheid, bijvoorbeeld t.a.v. grootte en front, spreekt voor zich. Als dan maar niet te snel wordt aangenomen dat panden iets verder of anders gelegen ook nog zonder meer vergelijkbaar zijn. Vrijwel steeds is dat namelijk niet het geval.

Geplaatst op: 27/05/14

CityTraffic monitort de drukte in de winkelstraat tijdens het WK

Amsterdam, 28 juni 2010 - Wat is de invloed van het WK voetbal op de drukte in de winkelstraat? CityTraffic heeft het antwoord. Tot voor kort werd alleen het aantal PIN-transacties gepubliceerd, welke fors bleken af te nemen tijdens de wedstrijden van Oranje. Vanaf heden is er de CityTraffic Index die actueel inzicht geeft in de drukte en de passantenaantallen in de winkelstraten van Nederland. CityTraffic weet dat op de donderdag van NL-Kameroen nauwelijks minder mensen in de winkelstraat kwamen dan op een gemiddelde donderdag; slechts 2,83% minder.

WK Index
CityTraffic heeft nu de WK Index samengesteld. Deze geeft inzicht in de invloed van het WK op de drukte in de winkelstraat; zowel voor het WK in zijn geheel als voor de wedstrijden van Oranje in het bijzonder.

Wat zeggen de cijfers?
De drukte in de winkelstraten tijdens het WK blijft op bijna alle speeldagen achter bij het gemiddelde (zie grafiek 1 in bijlage). In totaal waren er in de week van NL-Denemarken en NL-Japan (week 24) 18,35% minder mensen in de winkelstraat.

Op maandag 14 juni, de dag van Nederland-Denemarken, was er in totaal 12,18% minder publiek in de winkelstraten dan op een gemiddelde maandag; tijdens de wedstrijd was er op het dieptepunt 50% minder traffic dan normaal op dat tijdstip. Op zaterdag 19 juni, de dag van Nederland-Japan, was het 23,92% minder druk dan op een normale zaterdag. Tijdens de wedstrijd daalde de hoeveelheid mensen in de winkelstraat zelfs met 50%.

Donderdag 17 juni was het daarentegen 8,19% drukker dan gemiddeld; het feit dat veel Nederlanders op die koopavond alvast de stad ingingen, vooruitlopend op de zaterdag met Nederland-Japan, zal daaraan hebben bijgedragen.

Opvallend is dat een week later tijdens de donderdag van Nederland-Kameroen (op donderdagavond 24 juni) er slechts 2,83% minder mensen in de winkelstraten waren. De koopavond heeft dus nauwelijks te lijden onder het voetbal van Oranje.

Concluderend: Voor de retailers is een wedstrijd van Oranje op de zaterdagmiddag, volgens deze cijfers, het slechtst denkbare scenario; de traffic in de winkelstraat neemt zeer fors af. Een wedstrijd op de koopavond, zeker een late wedstrijd om 20:30 uur zoals tegen Kameroen, lijkt minder invloed te hebben op de traffic in de winkelstraat. Al met al is de totale traffic in de winkelstraat tijdens de WK-week 24 meer dan 18% lager dan in de gemiddelde week van 2010; een forse daling. Toch hoeft dat nog niet per sé te betekenen dat retailers ook dergelijke omzetcijfers noteerden; de opruimingen en het feit dat er tijdens het voetbal wellicht veel doelgerichte shoppers in de winkelstraat zijn kunnen een positieve invloed hebben op de conversie.

Rondom de wedstrijd...
Tijdens de twee middagwedstrijden (Nederland-Denemarken op maandag 14 juni, 13:30 uur en Nederland-Japan op zaterdag 19 juni, 13:30 uur) zien we een duidelijke en forse dip in de drukte in de winkelstraat rondom de wedstrijd. Dit lijkt een open deur, maar CityTraffic weet het exacte verloop. Zo weet CityTraffic ook precies hoe het voor en na de wedstrijd was. Aannames behoren tot het verleden.

Over CityTraffic
CityTraffic verzamelt passantengegevens opeen vooruitstrevende en automatische manier middels camera's, Bluetooth en infrarood-technologie. CityTraffic meet in winkelcentra en de meeste belangrijke winkelsteden en -straten van Nederland. We onderscheiden ons van andere aanbieders door het uitvoeren van dagelijkse tellingen die tot op het uur nauwkeurig en actueel zijn. 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. CityTraffic geeft een uiterst actueel en betrouwbaar inzicht in de drukte in de winkelstraten, speciaal voor retailers, vastgoedpartijen en overheden opgesteld en gelanceerd.

Noot voor de redactie Voor meer informatie (bijvoorbeeld over de drukte in de winkelstraten tijdens de volgende wedstrijden van Oranje) kunt u contact opnemen met CityTraffic. U kunt contact opnemen met Huib Lubbers of Janine Bekker via Info@citytraffic.nl of 020-653 5588. Op www.citytraffic.nl vindt u meer informatie over de organisatie.